BWBR0012922
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 2
Examenreglement voor RPL(G)
1. Voor de benoeming van de examencommissie door de minister worden voor beide subcommissies afzonderlijke voordrachten opgesteld door de voorzitter. Een persoon kan tot lid van beide subcommissies worden benoemd.
2. De examencommissie adviseert de minister met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.
3. Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.
4. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie-examens voor het RPL(G) en bevoegdverklaring RFI(G), houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur een persoon worden benoemd, die:
a. zelf in het bezit is van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld,
b. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezit, en
c. te goeder naam en faam bekend staat als deskundige.
5. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor het RPL(G) en de bevoegdverklaringen lieren en slepen in het RPL(G), houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
a. actief zweefvlieger is,
b. meer dan drie jaar in het bezit is van die bevoegdverklaring RFI(G) voor de bevoegdverklaring waarvoor zij examen afnemen, en
c. te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieger.
6. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen RFI(G) in het RPL(G) houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
a. actief zweefvlieger is,
b. minimaal 6 jaar in het bezit is van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen afneemt,
c. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van RFI(G) bezit, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentorfunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs, en
d. te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieginstructeur.
7. De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies.
8. Door de minister wordt voorzien in een secretaris. De secretaris verricht de secretariële werkzaamheden ten behoeve van de examencommissie.
9. Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het RPL(G) worden kandidaten aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen niet door hen geëxamineerd.
2. De examencommissie adviseert de minister met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.
3. Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.
4. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie-examens voor het RPL(G) en bevoegdverklaring RFI(G), houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur een persoon worden benoemd, die:
a. zelf in het bezit is van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld,
b. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezit, en
c. te goeder naam en faam bekend staat als deskundige.
5. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor het RPL(G) en de bevoegdverklaringen lieren en slepen in het RPL(G), houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
a. actief zweefvlieger is,
b. meer dan drie jaar in het bezit is van die bevoegdverklaring RFI(G) voor de bevoegdverklaring waarvoor zij examen afnemen, en
c. te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieger.
6. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen RFI(G) in het RPL(G) houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
a. actief zweefvlieger is,
b. minimaal 6 jaar in het bezit is van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen afneemt,
c. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van RFI(G) bezit, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentorfunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs, en
d. te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieginstructeur.
7. De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies.
8. Door de minister wordt voorzien in een secretaris. De secretaris verricht de secretariële werkzaamheden ten behoeve van de examencommissie.
9. Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het RPL(G) worden kandidaten aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen niet door hen geëxamineerd.