BWBR0012865
Geldig vanaf 2001-11-10
Artikel 3
Regeling suppletie FPU primair- en voortgezet onderwijs en beroeps- en volwasseneneducatie
1. De suppletie is een aanvulling op het zelfstandig recht van de herintreder op basis-uitkering FPU, flexibel pensioen en aanvullende uitkering en het eventueel op grond van de Regeling pensioenreparatie gerepareerde deel van het flexibel pensioen.
2. Voor de vaststelling van de bezoldiging op basis waarvan de omvang van de suppletie wordt bepaald, wordt uitgegaan van het aantal uren dat de herintreder wordt aangesteld, tot het maximum van het aantal uren geldend op de peildatum waarover de herintreder recht had op een uitkering krachtens het BWOO. Als berekeningsgrondslag geldt de grondslag die wordt vastgesteld voor het jaar voorafgaand aan het jaar van vervroegde uittreding. Daarbij wordt mee in aanmerking genomen een eventueel recht op loonsuppletie op grond van artikel 38 zesde en zevende lid van het BWOO.
3. Voor de herintreder die uiterlijk is geboren op 1 april 1942 vult de suppletie bij het bereiken van de 61-jarige leeftijd aan tot 75%. Voor de herintreder die na 1 april 1942 maar uiterlijk op 1 april 1947 is geboren vult de suppletie bij het bereiken van de 61-jarige leeftijd aan tot 70%. Voor de herintreder die na 1 april 1947 is geboren maar uiterlijk op 1 april 1952 vult de suppletie bij het bereiken van de 62-jarige leeftijd aan tot 70%.
2. Voor de vaststelling van de bezoldiging op basis waarvan de omvang van de suppletie wordt bepaald, wordt uitgegaan van het aantal uren dat de herintreder wordt aangesteld, tot het maximum van het aantal uren geldend op de peildatum waarover de herintreder recht had op een uitkering krachtens het BWOO. Als berekeningsgrondslag geldt de grondslag die wordt vastgesteld voor het jaar voorafgaand aan het jaar van vervroegde uittreding. Daarbij wordt mee in aanmerking genomen een eventueel recht op loonsuppletie op grond van artikel 38 zesde en zevende lid van het BWOO.
3. Voor de herintreder die uiterlijk is geboren op 1 april 1942 vult de suppletie bij het bereiken van de 61-jarige leeftijd aan tot 75%. Voor de herintreder die na 1 april 1942 maar uiterlijk op 1 april 1947 is geboren vult de suppletie bij het bereiken van de 61-jarige leeftijd aan tot 70%. Voor de herintreder die na 1 april 1947 is geboren maar uiterlijk op 1 april 1952 vult de suppletie bij het bereiken van de 62-jarige leeftijd aan tot 70%.