BWBR0012851
Geldig vanaf 2002-05-21
Artikel 4
Besluit energierendementseisen voorschakelapparaten voor fluorescentielampen
1. De fabrikant van voorschakelapparaten en zijn gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden, voldoet aan de hem toebedeelde verplichtingen van module A, de criteria en de algemene richtsnoeren van de bijlage bij besluit 93/465/EEG, met dien verstande dat:
a. de in punt 2 van module A bedoelde periode drie jaar is;
b. de technische documentatie als bedoeld in het vierde lid die is samengesteld in overeenstemming met andere communautaire regelgeving, kan worden gebruikt, voor zover deze aan de eisen van dat lid voldoet.
2. Indien de fabrikant van voorschakelapparaten en zijn gemachtigde niet in de EER-gebieden gevestigd zijn, gelden de verplichtingen van punt 2 van module A van de bijlage bij besluit 93/465/EEG voor degene die voorschakelapparaten in de EER-gebieden in de handel brengt.
3. De fabrikant van voorschakelapparaten is verantwoordelijk voor de meting van het opgenomen vermogen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, overeenkomstig de procedures van de geharmoniseerde norm EN 50294 van december 1998 of de normen waarin deze in Nederland dan wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is omgezet en waarvan de referentienummers in de desbetreffende staat zijn bekendgemaakt, en voor de overeenstemming van de apparaten met de eisen van genoemde onderdelen van artikel 3, eerste lid.
4. De technische documentatie, bedoeld in punt 3 van module A van de bijlage bij besluit 93/465/EEG, bevat de volgende gegevens:
a. naam en adres van de fabrikant;
b. een algemene beschrijving van het model die voldoende is om het op eenduidige wijze te identificeren;
c. informatie, zo nodig met tekeningen, over de voornaamste ontwerpkenmerken van het model, met name in verband met aspecten die belangrijk zijn voor het elektriciteitsverbruik;
d. de gebruiksaanwijzing;
e. verslagen van de overeenkomstig de eisen van het derde lid uitgevoerde proeven ter bepaling van het opgenomen vermogen;
f. gegevens over de overeenstemming van de resultaten van de in onderdeel e bedoelde proeven met de in bijlage I bij de richtlijn neergelegde eisen inzake energieverbruik.
5. Zodra aan de op grond van dit artikel op de fabrikant van voorschakelapparaten of zijn gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden, rustende verplichting is voldaan door een van hen, is de verplichting van de ander opgeheven.
a. de in punt 2 van module A bedoelde periode drie jaar is;
b. de technische documentatie als bedoeld in het vierde lid die is samengesteld in overeenstemming met andere communautaire regelgeving, kan worden gebruikt, voor zover deze aan de eisen van dat lid voldoet.
2. Indien de fabrikant van voorschakelapparaten en zijn gemachtigde niet in de EER-gebieden gevestigd zijn, gelden de verplichtingen van punt 2 van module A van de bijlage bij besluit 93/465/EEG voor degene die voorschakelapparaten in de EER-gebieden in de handel brengt.
3. De fabrikant van voorschakelapparaten is verantwoordelijk voor de meting van het opgenomen vermogen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, overeenkomstig de procedures van de geharmoniseerde norm EN 50294 van december 1998 of de normen waarin deze in Nederland dan wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is omgezet en waarvan de referentienummers in de desbetreffende staat zijn bekendgemaakt, en voor de overeenstemming van de apparaten met de eisen van genoemde onderdelen van artikel 3, eerste lid.
4. De technische documentatie, bedoeld in punt 3 van module A van de bijlage bij besluit 93/465/EEG, bevat de volgende gegevens:
a. naam en adres van de fabrikant;
b. een algemene beschrijving van het model die voldoende is om het op eenduidige wijze te identificeren;
c. informatie, zo nodig met tekeningen, over de voornaamste ontwerpkenmerken van het model, met name in verband met aspecten die belangrijk zijn voor het elektriciteitsverbruik;
d. de gebruiksaanwijzing;
e. verslagen van de overeenkomstig de eisen van het derde lid uitgevoerde proeven ter bepaling van het opgenomen vermogen;
f. gegevens over de overeenstemming van de resultaten van de in onderdeel e bedoelde proeven met de in bijlage I bij de richtlijn neergelegde eisen inzake energieverbruik.
5. Zodra aan de op grond van dit artikel op de fabrikant van voorschakelapparaten of zijn gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden, rustende verplichting is voldaan door een van hen, is de verplichting van de ander opgeheven.