BWBR0012850
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 1
Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2002
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ;
b. gemeentelijke uitkeringslasten 1999: de volgens de jaaropgave, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, van de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz 1996, zoals deze regeling luidde voor inwerkingtreding van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, ten laste van een gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 3 van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, in het jaar 1999, verminderd met de kosten van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 63, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, alsmede met de verstrekte rentedragende geldleningen en de ontvangen aflossingen op rentedragende geldleningen uit hoofde van de voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal in 1999 op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 2001 gedeeld door het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 1999;
c. objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten: de objectieve gemeentelijke uitkeringskosten, bedoeld in artikel 6.
a. de uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ;
b. gemeentelijke uitkeringslasten 1999: de volgens de jaaropgave, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, van de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz 1996, zoals deze regeling luidde voor inwerkingtreding van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, ten laste van een gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 3 van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, in het jaar 1999, verminderd met de kosten van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 63, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, alsmede met de verstrekte rentedragende geldleningen en de ontvangen aflossingen op rentedragende geldleningen uit hoofde van de voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal in 1999 op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 2001 gedeeld door het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 1999;
c. objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten: de objectieve gemeentelijke uitkeringskosten, bedoeld in artikel 6.