BWBR0012837
Geldig vanaf 2001-09-30
Artikel 1
Instelling Raad voor Vastgoed Rijksoverheid
1. Er is een Raad voor Vastgoed Rijksoverheid, hierna te noemen: RVR.
2. De RVR bestaat uit een voorzitter, een secretaris en de volgende leden:
a. de directeur van de dienst Domeinen, namens de Minister van Financiën;
b. de directeur Uitvoering Rijkswaterstaat, namens de Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. de directeur van de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen, namens de Staatssecretaris van Defensie;
d. de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
e. de directeur van de Dienst Landelijk Gebied, namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
3. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. diensten: de in het tweede lid genoemde directies en directoraat-generaal;
b. bewindspersonen: de in het tweede lid genoemde ministers en staatssecretarissen.
4. De leden van de RVR kunnen zich bij afwezigheid of ontstentenis laten vertegenwoordigen door een in overleg met de voorzitter aangewezen vaste plaatsvervanger.
5. Aan de voorzitter en de secretaris komt geen stemrecht toe.
6. Besluitvorming vindt plaats op basis van unanimiteit.
7. De Minister van Financiën benoemt de voorzitter in samenspraak met de in het tweede lid, onder b tot en met e, genoemde bewindspersonen.
8. De functie van secretaris wordt uitgeoefend door de directeur van de projectdirectie vastgoed van het ministerie van Financiën.
2. De RVR bestaat uit een voorzitter, een secretaris en de volgende leden:
a. de directeur van de dienst Domeinen, namens de Minister van Financiën;
b. de directeur Uitvoering Rijkswaterstaat, namens de Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. de directeur van de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen, namens de Staatssecretaris van Defensie;
d. de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
e. de directeur van de Dienst Landelijk Gebied, namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
3. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. diensten: de in het tweede lid genoemde directies en directoraat-generaal;
b. bewindspersonen: de in het tweede lid genoemde ministers en staatssecretarissen.
4. De leden van de RVR kunnen zich bij afwezigheid of ontstentenis laten vertegenwoordigen door een in overleg met de voorzitter aangewezen vaste plaatsvervanger.
5. Aan de voorzitter en de secretaris komt geen stemrecht toe.
6. Besluitvorming vindt plaats op basis van unanimiteit.
7. De Minister van Financiën benoemt de voorzitter in samenspraak met de in het tweede lid, onder b tot en met e, genoemde bewindspersonen.
8. De functie van secretaris wordt uitgeoefend door de directeur van de projectdirectie vastgoed van het ministerie van Financiën.