BWBR0012835
Geldig vanaf 2001-10-13
Artikel 3
Regeling toekenningen leraren in opleiding en stagiairs 2001-2002
1. Voor een toekenning kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2001-2002 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten.
2. De toekenning is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 125 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
d een afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs verbonden aan speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXVII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
e een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen van de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXIII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
f een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging.
3. De toekenning is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet op het voorgezet onderwijs;
b een school voor leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel II van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);
c een school of afdeling voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);
d een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel VIII van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337) met lumpsum-bekostiging;
e een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. De toekenning is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 125 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
d een afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs verbonden aan speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXVII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
e een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen van de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXIII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
f een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging.
3. De toekenning is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet op het voorgezet onderwijs;
b een school voor leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel II van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);
c een school of afdeling voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);
d een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel VIII van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337) met lumpsum-bekostiging;
e een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.