BWBR0012821
Geldig vanaf 2001-09-29
Artikel 4
Regeling aanpassing landelijke bedragen gemiddelde personeelslast (gpl-bedragen) in verband met de CAO 2000 - 2002 en maatregelen in relatie tot de werkgroep Van Rijn
1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 140.469,27
• schoolsoortgroep 2: ƒ 167.651,22
• schoolsoortgroep 3: ƒ 165.861,72
• schoolsoortgroep 4: ƒ 161.112,40
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl +c
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 2.049,46
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.021,52
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.585,36
• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.228,11
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 20.518,18
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.462,42
• schoolsoortgroep 3: ƒ 15.536,20
• schoolsoortgroep 4: ƒ 19.719,38
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 73.647,25, ongeacht de schoolsoortgroep.
• schoolsoortgroep 1: ƒ 140.469,27
• schoolsoortgroep 2: ƒ 167.651,22
• schoolsoortgroep 3: ƒ 165.861,72
• schoolsoortgroep 4: ƒ 161.112,40
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl +c
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 2.049,46
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.021,52
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.585,36
• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.228,11
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 20.518,18
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.462,42
• schoolsoortgroep 3: ƒ 15.536,20
• schoolsoortgroep 4: ƒ 19.719,38
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 73.647,25, ongeacht de schoolsoortgroep.