BWBR0012808
Geldig vanaf 2001-09-15
Artikel 3
Regeling EG-verklaring kandidaat-notarissen
1. De Minister van Justitie verstrekt:
a. een EG-verklaring, indien er tussen de door de aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-notaris vereiste opleiding geen wezenlijke verschillen bestaan;
b. een voorwaardelijke EG-verklaring waarin wordt aangegeven binnen welke termijn en voor welke vakken een proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd, indien tussen de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-notaris vereiste opleiding wezenlijke verschillen bestaan ten aanzien van de in het curriculum behandelde onderwerpen of de inhoud van de onderwezen stof.
2. De proeve van bekwaamheid heeft betrekking op één of meer van de in het Besluit beroepsvereisten kandidaat-notarisvermelde onderdelen van het in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het notarisambt bedoelde examen. De proeve van bekwaamheid houdt in het met goed gevolg afleggen van een examen in de Nederlandse taal in de desbetreffende vakken aan een universiteit of de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoekbetrekking heeft.
3. Indien de aanvrager de proeve van bekwaamheid met goed gevolg heeft afgelegd, verstrekt de Minister van Justitie een EG-verklaring met de vermelding in welke vakken de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd.
a. een EG-verklaring, indien er tussen de door de aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-notaris vereiste opleiding geen wezenlijke verschillen bestaan;
b. een voorwaardelijke EG-verklaring waarin wordt aangegeven binnen welke termijn en voor welke vakken een proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd, indien tussen de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-notaris vereiste opleiding wezenlijke verschillen bestaan ten aanzien van de in het curriculum behandelde onderwerpen of de inhoud van de onderwezen stof.
2. De proeve van bekwaamheid heeft betrekking op één of meer van de in het Besluit beroepsvereisten kandidaat-notarisvermelde onderdelen van het in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het notarisambt bedoelde examen. De proeve van bekwaamheid houdt in het met goed gevolg afleggen van een examen in de Nederlandse taal in de desbetreffende vakken aan een universiteit of de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoekbetrekking heeft.
3. Indien de aanvrager de proeve van bekwaamheid met goed gevolg heeft afgelegd, verstrekt de Minister van Justitie een EG-verklaring met de vermelding in welke vakken de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd.