BWBR0012807
Geldig vanaf 2001-09-15
Artikel 3
Regeling EG-verklaring kandidaat-gerechtsdeurwaarders
1. De Minister van Justitie verstrekt:
a. een EG-verklaring, indien er tussen de door de aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder vereiste opleiding geen wezenlijke verschillen bestaan;
b. een voorwaardelijke EG-verklaring waarin wordt aangegeven binnen welke termijn en voor welke vakken een proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd, indien tussen de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder vereiste opleiding wezenlijke verschillen bestaan ten aanzien van de in het curriculum behandelde onderwerpen of de inhoud van de onderwezen stof.
2. De proeve van bekwaamheid heeft betrekking op één of meer onderdelen van de erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zijn neergelegd in het opleidingsplan, bedoeld in artikel 5 van het Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder. De proeve van bekwaamheid houdt in het met goed gevolg afleggen van een examen in de Nederlandse taal in de desbetreffende vakken aan het opleidingsinstituut dat de erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder verzorgt.
3. Indien de aanvrager de proeve van bekwaamheid met goed gevolg heeft afgelegd, verstrekt de Minister van Justitie een EG verklaring met de vermelding in welke vakken de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd.
a. een EG-verklaring, indien er tussen de door de aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder vereiste opleiding geen wezenlijke verschillen bestaan;
b. een voorwaardelijke EG-verklaring waarin wordt aangegeven binnen welke termijn en voor welke vakken een proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd, indien tussen de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder vereiste opleiding wezenlijke verschillen bestaan ten aanzien van de in het curriculum behandelde onderwerpen of de inhoud van de onderwezen stof.
2. De proeve van bekwaamheid heeft betrekking op één of meer onderdelen van de erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zijn neergelegd in het opleidingsplan, bedoeld in artikel 5 van het Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder. De proeve van bekwaamheid houdt in het met goed gevolg afleggen van een examen in de Nederlandse taal in de desbetreffende vakken aan het opleidingsinstituut dat de erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder verzorgt.
3. Indien de aanvrager de proeve van bekwaamheid met goed gevolg heeft afgelegd, verstrekt de Minister van Justitie een EG verklaring met de vermelding in welke vakken de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd.