Artikel 1
1. Het aantal verzekerden per 1 januari 2000, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden, hierna te noemen: de wet, wordt vastgesteld op 163.357.
2. Het bedrag per 1 januari 2000, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, wordt vastgesteld op € 1.940,61.
3. Het mede te financieren bedrag voor het jaar 2000, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld op € 317.012.846,-.
2. Het bedrag per 1 januari 2000, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, wordt vastgesteld op € 1.940,61.
3. Het mede te financieren bedrag voor het jaar 2000, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld op € 317.012.846,-.