BWBR0003933
Geldig vanaf 1986-04-01
Artikel 4
Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden
1. Per 1 januari van ieder jaar wordt het aantal verzekerden vastgesteld ingevolge de verplichte ziekenfondsverzekering van 65 jaar en ouder, dat hoger is dan het aantal dat verhoudingsgewijs overeenkomt met het aantal personen van 65 jaar en ouder in de gehele Nederlandse bevolking, volgens de bevolkingsstatistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
2. Per 1 januari van ieder jaar wordt het bedrag vastgesteld van de gemiddelde uitgaven in het voorgaande jaar gedaan per verzekerde ingevolge de verplichte ziekenfondsverzekering van 65 jaar en ouder, verminderd met de gemiddelde uitgaven in het voorgaande jaar ingevolge de verplichte ziekenfondsverzekering gedaan per verzekerde jonger dan 65 jaar.
3. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks het mede te financieren bedrag vast en geeft hiervan kennis aan het uitvoeringsorgaan. Het bedrag wordt verkregen door vermenigvuldiging van het krachtens het eerste lid vastgestelde aantal verzekerden met het krachtens het tweede lid vastgestelde bedrag. Bij ministeriële regeling kan het Rijk een bijdrage leveren aan de Algemene Kas, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002460" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziekenfondswet</a>, ter verlaging van het mede te financieren bedrag.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de vaststelling van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens.
2. Per 1 januari van ieder jaar wordt het bedrag vastgesteld van de gemiddelde uitgaven in het voorgaande jaar gedaan per verzekerde ingevolge de verplichte ziekenfondsverzekering van 65 jaar en ouder, verminderd met de gemiddelde uitgaven in het voorgaande jaar ingevolge de verplichte ziekenfondsverzekering gedaan per verzekerde jonger dan 65 jaar.
3. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks het mede te financieren bedrag vast en geeft hiervan kennis aan het uitvoeringsorgaan. Het bedrag wordt verkregen door vermenigvuldiging van het krachtens het eerste lid vastgestelde aantal verzekerden met het krachtens het tweede lid vastgestelde bedrag. Bij ministeriële regeling kan het Rijk een bijdrage leveren aan de Algemene Kas, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002460" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziekenfondswet</a>, ter verlaging van het mede te financieren bedrag.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de vaststelling van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens.