BWBR0012789
Geldig vanaf 2001-09-06
Artikel 4
Regeling subsidie voor het verzorgen van onderwijs aan een hbo-lerarenopleiding behorende bij een instelling waar de student reeds een getuigschrift heeft behaald
1. De minister verstrekt aan een hogeschool een subsidie voor elke student die op de peildatum staat ingeschreven voor een lerarenopleiding en aan wie volgens het CRIHO
a. tussen 1 augustus 1991 en 1 september van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar door betreffende hogeschool een getuigschrift is uitgereikt of
b. in de maand september direct voorafgaand aan de peildatum door de betreffende hogeschool een getuigschrift is uitgereikt voor een andere opleiding dan waarvoor de student op de peildatum staat ingeschreven.
2. Het subsidiebedrag per student, bedoeld in het eerste lid bedraagt ƒ 10.000,- (€ 4.538,-).
3. Indien het totale subsidiebedrag het subsidieplafond bedoeld in artikel 3, overschrijdt, wordt het subsidiebedrag per student vastgesteld door het subsidieplafond te delen door het totale aantal van de studenten die voldoen aan de gestelde voorwaarden.
4. De subsidie wordt één keer per jaar, ambtshalve verleend, uiterlijk vier maanden nadat de CFI de statustoekenning van de bekostigingsgegevens voor het volgende begrotingsjaar definitief heeft vastgesteld.
a. tussen 1 augustus 1991 en 1 september van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar door betreffende hogeschool een getuigschrift is uitgereikt of
b. in de maand september direct voorafgaand aan de peildatum door de betreffende hogeschool een getuigschrift is uitgereikt voor een andere opleiding dan waarvoor de student op de peildatum staat ingeschreven.
2. Het subsidiebedrag per student, bedoeld in het eerste lid bedraagt ƒ 10.000,- (€ 4.538,-).
3. Indien het totale subsidiebedrag het subsidieplafond bedoeld in artikel 3, overschrijdt, wordt het subsidiebedrag per student vastgesteld door het subsidieplafond te delen door het totale aantal van de studenten die voldoen aan de gestelde voorwaarden.
4. De subsidie wordt één keer per jaar, ambtshalve verleend, uiterlijk vier maanden nadat de CFI de statustoekenning van de bekostigingsgegevens voor het volgende begrotingsjaar definitief heeft vastgesteld.