BWBR0012772
Geldig vanaf 2001-08-31
Artikel 4
Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Midden-Zeeland
1. Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen wat betreft het indienen van een gebruiksplan zoals genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de Minister, de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
2. Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 2 en 3, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Minister en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM, de Luchtvaartpolitie en de voorzitter van de Commissie-28.
2. Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 2 en 3, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Minister en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM, de Luchtvaartpolitie en de voorzitter van de Commissie-28.