BWBR0012762
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 23
Tijdelijk referendumbesluit
1. Onmiddellijk na de in artikel N 3 van het Kiesbesluitvoorgeschreven handelingen, verricht de voorzitter de handelingen die nodig zijn om van de stemmachine een afdruk van de in het tweede lid bedoelde gegevens te verkrijgen.
2. Het stembureau stelt vast:
a. het aantal stemmen dat voor de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;
b. het aantal stemmen dat tegen de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;
c. de som van de onder a en b bedoelde aantallen stemmen, zijnde het aantal geldig uitgebrachte stemmen;
d. het aantal kiezers dat door middel van de stemmachine te kennen heeft gegeven geen keuze te willen maken, zijnde het aantal ongeldige stemmen.
3. Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebezigd, worden de in het tweede lid bedoelde aantallen per stemmachine vastgesteld en de aldus vastgestelde aantallen bij elkaar geteld.
4. Tevens stelt het stembureau overeenkomstig artikel 21het aantal kiesgerechtigden vast, dat bevoegd is in het stemdistrict aan de stemming deel te nemen.
5. Vervolgens maakt de voorzitter de in het tweede tot en met het vierde lid bedoelde aantallen stemmen en kiesgerechtigden bekend. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.
6. Het geheugen van de stemmachine waarop de stemmen zijn vastgelegd wordt daarop in een pak gedaan, dat wordt verzegeld. Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebruikt, worden de geheugens gezamenlijk in een pak gedaan, dat eveneens wordt verzegeld.
2. Het stembureau stelt vast:
a. het aantal stemmen dat voor de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;
b. het aantal stemmen dat tegen de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;
c. de som van de onder a en b bedoelde aantallen stemmen, zijnde het aantal geldig uitgebrachte stemmen;
d. het aantal kiezers dat door middel van de stemmachine te kennen heeft gegeven geen keuze te willen maken, zijnde het aantal ongeldige stemmen.
3. Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebezigd, worden de in het tweede lid bedoelde aantallen per stemmachine vastgesteld en de aldus vastgestelde aantallen bij elkaar geteld.
4. Tevens stelt het stembureau overeenkomstig artikel 21het aantal kiesgerechtigden vast, dat bevoegd is in het stemdistrict aan de stemming deel te nemen.
5. Vervolgens maakt de voorzitter de in het tweede tot en met het vierde lid bedoelde aantallen stemmen en kiesgerechtigden bekend. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.
6. Het geheugen van de stemmachine waarop de stemmen zijn vastgelegd wordt daarop in een pak gedaan, dat wordt verzegeld. Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebruikt, worden de geheugens gezamenlijk in een pak gedaan, dat eveneens wordt verzegeld.