BWBR0012745
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 4
Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen
1. In afwijking van artikel 3kan de directeur personeelsleden of medewerkers toestemming verlenen voor het hanteren van een korte of lange wapenstok.
2. In afwijking van het in artikel 3bepaalde kan de selectiefunctionaris aan door hem krachtens artikel 40, tweede lid, van de wetaangewezen personeelsleden of medewerkers toestemming verlenen voor het hanteren van een korte of lange wapenstok.
3. De directeur draagt er zorg voor dat:
a. personeelsleden of medewerkers, die vrijheidsbeperkende middelen toepassen, over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het toepassen daarvan;
b. de in artikel 4, eerste lid, bedoelde personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het hanteren van een korte of lange wapenstok.
4. De selectiefunctionaris draagt er zorg voor dat:
a. de door hem krachtens artikel 40, tweede lid, van de wet aangewezen personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het toepassen van vrijheidsbeperkende middelen;
b. de door hem krachtens artikel 4, tweede lid, aangewezen personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het hanteren van een korte of lange wapenstok.
2. In afwijking van het in artikel 3bepaalde kan de selectiefunctionaris aan door hem krachtens artikel 40, tweede lid, van de wetaangewezen personeelsleden of medewerkers toestemming verlenen voor het hanteren van een korte of lange wapenstok.
3. De directeur draagt er zorg voor dat:
a. personeelsleden of medewerkers, die vrijheidsbeperkende middelen toepassen, over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het toepassen daarvan;
b. de in artikel 4, eerste lid, bedoelde personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het hanteren van een korte of lange wapenstok.
4. De selectiefunctionaris draagt er zorg voor dat:
a. de door hem krachtens artikel 40, tweede lid, van de wet aangewezen personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het toepassen van vrijheidsbeperkende middelen;
b. de door hem krachtens artikel 4, tweede lid, aangewezen personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het hanteren van een korte of lange wapenstok.