BWBR0012719
Geldig vanaf 2001-08-09
Artikel 3
Tijdelijke regeling bestrijding ziekteverzuim en beperken instroom WAO sector Politie
1. De subsidieaanvraag wordt door of namens de korpsbeheerder van een regionaal politiekorps, de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten, de voorzitter van het college van bestuur van het LSOP onderscheidenlijk de directeur van ITO ingediend. De aanvraag wordt uiterlijk op 17 september 2001 schriftelijk ingediend bij de minister.
2. De aanvraag bestaat uit een projectvoorstel met een begroting en een plan van aanpak.
3. Het projectvoorstel bevat in ieder geval:
a. het doel van het project;
b. een analyse van het verzuim;
c. de startdatum, de duur en de einddatum van het project;
d. de in te zetten personele, materiële en financiële middelen;
e. de eventuele samenwerking met andere politiekorpsen en derden;
f. de te verwachten resultaten van een deelnemend politiekorps of deelnemende politiekorpsen en derden;
g. een kostenraming waarin co-financieringspercentages van de aanvrager zelf en van alle andere deelnemende politiekorpsen danwel derden zijn opgenomen;
h. de momenten waarop wordt geëvalueerd;
i. de wijze waarop de ontvangen bijdrage jaarlijks wordt ingezet ten behoeve van het project;
j. de gevraagde financiële bijdrage per jaar van de minister en de motivering ervan.
4. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. de wijze waarop het doel wordt gerealiseerd;
b. de te verwachten concrete en meetbare resultaten;
c. de organisatorische ophanging van het project tijdens de looptijd en de structurele inbedding in de organisatie na beëindiging van het project;
d. de wijze van communiceren over de voortgang en de resultaten van het project met anderen;
e. de wijze waarop het project wordt geëvalueerd;
f. een gespecificeerde kostenraming, gebaseerd op de voorgenomen activiteiten en de inzet van eigen en andere middelen;
g. de inspanningen van de aanvrager en, indien daarvan gebruik wordt gemaakt, de relatie met de inspanningen van andere politiekorpsen en mogelijke derden in het project.
2. De aanvraag bestaat uit een projectvoorstel met een begroting en een plan van aanpak.
3. Het projectvoorstel bevat in ieder geval:
a. het doel van het project;
b. een analyse van het verzuim;
c. de startdatum, de duur en de einddatum van het project;
d. de in te zetten personele, materiële en financiële middelen;
e. de eventuele samenwerking met andere politiekorpsen en derden;
f. de te verwachten resultaten van een deelnemend politiekorps of deelnemende politiekorpsen en derden;
g. een kostenraming waarin co-financieringspercentages van de aanvrager zelf en van alle andere deelnemende politiekorpsen danwel derden zijn opgenomen;
h. de momenten waarop wordt geëvalueerd;
i. de wijze waarop de ontvangen bijdrage jaarlijks wordt ingezet ten behoeve van het project;
j. de gevraagde financiële bijdrage per jaar van de minister en de motivering ervan.
4. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. de wijze waarop het doel wordt gerealiseerd;
b. de te verwachten concrete en meetbare resultaten;
c. de organisatorische ophanging van het project tijdens de looptijd en de structurele inbedding in de organisatie na beëindiging van het project;
d. de wijze van communiceren over de voortgang en de resultaten van het project met anderen;
e. de wijze waarop het project wordt geëvalueerd;
f. een gespecificeerde kostenraming, gebaseerd op de voorgenomen activiteiten en de inzet van eigen en andere middelen;
g. de inspanningen van de aanvrager en, indien daarvan gebruik wordt gemaakt, de relatie met de inspanningen van andere politiekorpsen en mogelijke derden in het project.