BWBR0012718
Geldig vanaf 2001-08-11
Artikel 6
Regeling oplosmiddelenboekhouding en metingen VOS-emissies
Indien de installatie R-stoffen emitteert, bevat de oplosmiddelenboekhouding tevens de volgende gegevens:
a. de totale massastroom van de R-stoffen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit, met inbegrip van stoffen waaraan na de inwerkingtreding van het Besluit een van de in artikel 4, tweede lid, van dat besluit bedoelde risicozinnen is toegekend;
b. de totale massastroom van R-stoffen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Besluit, met inbegrip van stoffen waaraan na de inwerkingtreding van het Besluit de in artikel 4, vierde lid, van dat besluit bedoelde risicozin is toegekend;
c. de afgasconcentraties in mg VOS/m3 van de in onderdeel a bedoelde R-stoffen, indien degene die de inrichting drijft, verplicht is de in artikel 3, derde lid, van het Besluit, bedoelde emissiegrenswaarden in acht te nemen;
d. de afgasconcentraties in mg VOS/m3 van de in onderdeel b bedoelde R-stoffen, indien degene die de inrichting drijft, verplicht is de in artikel 4, vierde lid, van het Besluit bedoelde emissiegrenswaarden in acht te nemen, en
e. de berekeningsmethoden en gegevens, die ten grondslag liggen aan de in de onderdelen a tot en met d bedoelde gegevens.
a. de totale massastroom van de R-stoffen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit, met inbegrip van stoffen waaraan na de inwerkingtreding van het Besluit een van de in artikel 4, tweede lid, van dat besluit bedoelde risicozinnen is toegekend;
b. de totale massastroom van R-stoffen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Besluit, met inbegrip van stoffen waaraan na de inwerkingtreding van het Besluit de in artikel 4, vierde lid, van dat besluit bedoelde risicozin is toegekend;
c. de afgasconcentraties in mg VOS/m3 van de in onderdeel a bedoelde R-stoffen, indien degene die de inrichting drijft, verplicht is de in artikel 3, derde lid, van het Besluit, bedoelde emissiegrenswaarden in acht te nemen;
d. de afgasconcentraties in mg VOS/m3 van de in onderdeel b bedoelde R-stoffen, indien degene die de inrichting drijft, verplicht is de in artikel 4, vierde lid, van het Besluit bedoelde emissiegrenswaarden in acht te nemen, en
e. de berekeningsmethoden en gegevens, die ten grondslag liggen aan de in de onderdelen a tot en met d bedoelde gegevens.