BWBR0012702
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 81
Besluit stralingsbescherming
1. In uitzonderlijke omstandigheden, met uitzondering van radiologische noodsituaties, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw, Onze Minister van Economische Zaken, op verzoek van de ondernemer ontheffing van de in artikel 77genoemde dosislimieten verlenen, mits
a. het een A-werknemer betreft;
b. de blootstelling geschiedt op basis van vrijwilligheid;
c. de blootstelling beperkt is in tijd;
d. de blootstelling alleen in nader vast te stellen ruimten plaatsvindt;
e. de mogelijk te ontvangen effectieve of equivalente dosis niet hoger is dan vijfmaal de in artikel 77, eerste lid, onder a, respectievelijk tweemaal de in artikel 77, eerste lid, onder b, vermelde waarden;
f. het geen blootgestelde leerling of studerende, of zwangere vrouw betreft;
g. het geen vrouw betreft die borstvoeding geeft terwijl er kans bestaat op besmetting van het lichaam;
h. de blootstelling van te voren door de ondernemer wordt gemotiveerd en de blootstelling en de risico's van te voren door de ondernemer worden besproken met de betrokken werknemers, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, de stralingsarts en de deskundige, en
i. de betrokken werknemers tevoren door de ondernemer worden geïnformeerd over de tijdens de handelingen te nemen voorzorgsmaatregelen.
2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw aan Onze Minister van Economische Zaken, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
3. De ondernemer verstrekt de uitslag van de in het tweede lid berekende of bepaalde dosis aan de in artikel 91, tweede lid, bedoelde instelling en aan de betrokken werknemer.
a. het een A-werknemer betreft;
b. de blootstelling geschiedt op basis van vrijwilligheid;
c. de blootstelling beperkt is in tijd;
d. de blootstelling alleen in nader vast te stellen ruimten plaatsvindt;
e. de mogelijk te ontvangen effectieve of equivalente dosis niet hoger is dan vijfmaal de in artikel 77, eerste lid, onder a, respectievelijk tweemaal de in artikel 77, eerste lid, onder b, vermelde waarden;
f. het geen blootgestelde leerling of studerende, of zwangere vrouw betreft;
g. het geen vrouw betreft die borstvoeding geeft terwijl er kans bestaat op besmetting van het lichaam;
h. de blootstelling van te voren door de ondernemer wordt gemotiveerd en de blootstelling en de risico's van te voren door de ondernemer worden besproken met de betrokken werknemers, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, de stralingsarts en de deskundige, en
i. de betrokken werknemers tevoren door de ondernemer worden geïnformeerd over de tijdens de handelingen te nemen voorzorgsmaatregelen.
2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw aan Onze Minister van Economische Zaken, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
3. De ondernemer verstrekt de uitslag van de in het tweede lid berekende of bepaalde dosis aan de in artikel 91, tweede lid, bedoelde instelling en aan de betrokken werknemer.