BWBR0012702
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 56
Besluit stralingsbescherming
1. De verwijzend beroepsbeoefenaar en de behandelend arts beoordelen ieder op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid of een individuele radiologische verrichting gerechtvaardigd is, met inachtneming van de specifieke oogmerken van de blootstelling en de kenmerken van de betrokken persoon.
2. In afwijking van artikel 55, tweede lid, kan een radiologische verrichting die ingevolge dat lid verboden is, onder speciale omstandigheden, in afzonderlijk te beoordelen gevallen, toch gerechtvaardigd zijn. De afzonderlijke beoordeling van de hiervoor genoemde rechtvaardiging wordt geregistreerd in het dossier van betrokkene.
3. Een behandelend arts laat geen blootstelling van de persoon, bedoeld in artikel 53, tweede lid, toe indien dit niet voldoende voordeel oplevert, rekening houdend met de schade voor de gezondheid van de persoon die de blootstelling ondergaat, het directe nut voor de gezondheid van de persoon, bedoeld in artikel 53, eerste lid, het maatschappelijk nut en de gezondheidsschade die de blootstelling kan veroorzaken.
2. In afwijking van artikel 55, tweede lid, kan een radiologische verrichting die ingevolge dat lid verboden is, onder speciale omstandigheden, in afzonderlijk te beoordelen gevallen, toch gerechtvaardigd zijn. De afzonderlijke beoordeling van de hiervoor genoemde rechtvaardiging wordt geregistreerd in het dossier van betrokkene.
3. Een behandelend arts laat geen blootstelling van de persoon, bedoeld in artikel 53, tweede lid, toe indien dit niet voldoende voordeel oplevert, rekening houdend met de schade voor de gezondheid van de persoon die de blootstelling ondergaat, het directe nut voor de gezondheid van de persoon, bedoeld in artikel 53, eerste lid, het maatschappelijk nut en de gezondheidsschade die de blootstelling kan veroorzaken.