BWBR0012685
Geldig vanaf 2001-09-07
Artikel 2
Regeling beleidsregels beleggingen ziekenfondsen
1. Een ziekenfonds zorgt bij het beleggen van de wettelijke middelen dat de kans dat het op een termijn van vijf jaar een positief rendement op deze beleggingen heeft, minimaal 99% is.
2. Een ziekenfonds zorgt bij het beleggen van de wettelijke middelen verder dat de kans dat de waarde van deze beleggingen op een termijn van één jaar boven het bedrag van de voor hem geldende solvabiliteitsmarge ingevolge artikel 43b, tweede lid, van de Ziekenfondswetblijft, minimaal 99% is.
3. Voor de kansberekening ingevolge het eerste en tweede lid neemt een ziekenfonds dat in het kader van zijn bedrijfsvoering over eigen onroerend goed beschikt en dat dit onroerend goed heeft gefinancierd uit de wettelijke middelen of met vreemde middelen, de marktwaarde en de ontwikkeling van de marktwaarde van dat onroerend goed mee in aanmerking, als ware dat onroerend goed een belegging in de zin van de Regeling beleggingsvoorschriften ziekenfondsen.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de investeringen met wettelijke middelen of vreemde middelen ten behoeve van het zelf leveren van diensten of zaken, bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Ziekenfondswetalsmede op de aanwending van wettelijke middelen of vreemde middelen ten behoeve van een zorgaanbieder op een wijze, bedoeld in het tweede lid van dat artikel.
5. Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de voor het ziekenfonds geldende solvabiliteitsmarge ingevolge artikel 43b, tweede lid, van de Ziekenfondswet, naar de stand ultimo van het jaar waarover het ziekenfonds laatstelijk het financieel verslag, bedoeld in artikel 43f van de Ziekenfondswet, heeft moeten uitbrengen.
2. Een ziekenfonds zorgt bij het beleggen van de wettelijke middelen verder dat de kans dat de waarde van deze beleggingen op een termijn van één jaar boven het bedrag van de voor hem geldende solvabiliteitsmarge ingevolge artikel 43b, tweede lid, van de Ziekenfondswetblijft, minimaal 99% is.
3. Voor de kansberekening ingevolge het eerste en tweede lid neemt een ziekenfonds dat in het kader van zijn bedrijfsvoering over eigen onroerend goed beschikt en dat dit onroerend goed heeft gefinancierd uit de wettelijke middelen of met vreemde middelen, de marktwaarde en de ontwikkeling van de marktwaarde van dat onroerend goed mee in aanmerking, als ware dat onroerend goed een belegging in de zin van de Regeling beleggingsvoorschriften ziekenfondsen.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de investeringen met wettelijke middelen of vreemde middelen ten behoeve van het zelf leveren van diensten of zaken, bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Ziekenfondswetalsmede op de aanwending van wettelijke middelen of vreemde middelen ten behoeve van een zorgaanbieder op een wijze, bedoeld in het tweede lid van dat artikel.
5. Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de voor het ziekenfonds geldende solvabiliteitsmarge ingevolge artikel 43b, tweede lid, van de Ziekenfondswet, naar de stand ultimo van het jaar waarover het ziekenfonds laatstelijk het financieel verslag, bedoeld in artikel 43f van de Ziekenfondswet, heeft moeten uitbrengen.