1. Ten aanzien van een gesloten stortplaats zijn de
artikelen 8.62g, eerste, tweede en derde lid, onder a,
8.62h,
8.62i,
8.62k,
8.62l,
8.62m,
8.62n, eerste en tweede lid, onder h, en
8.62o van het Besluit kwaliteit leefomgeving,
artikel 10.47a van het Omgevingsbesluiten de
artikelen 9.28 tot en met 9.32 van de Omgevingsregelingvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 9.28, tweede lid, van de Omgevingsregeling, in plaats van `drie maanden' wordt gelezen: zes maanden;
b. in het uitgewerkte urgentieplan, bedoeld in artikel 8.62m, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, mede wordt aangegeven of het noodzakelijk is dat alsnog een afdeklaag wordt aangebracht.
2. Indien de stortplaats niet langer zodanig gevaar voor het milieu kan opleveren dat de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, ongewijzigd moeten worden voorgezet, kan het bevoegd gezag besluiten dat deze verplichtingen geheel of ten dele worden beëindigd of aangepast, dan wel worden vervangen door andere verplichtingen.