BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.62g
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een deugdelijk controlesysteem aanwezig is, waarmee het niveau en de kwaliteit van het grondwater en de hoeveelheid en de kwaliteit van het oppervlaktewater in de directe omgeving van de stortplaats kunnen worden onderzocht.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat met het controlesysteem in ieder geval kan worden nagegaan:
a. of en in welke mate verontreinigende stoffen zich verspreiden in het oppervlaktewater en het grondwater in de omgeving van de stortplaats; en
b. of het interventiepunt zal worden bereikt of is bereikt.
3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat bij het ontwerp van het controlesysteem rekening wordt gehouden met:
a. het ontwerp van het geohydrologisch isolatiesysteem, bedoeld in artikel 8.62d;
b. de maatregelen tegen de overschrijding, bedoeld in artikel 8.62c, eerste lid; en
c. het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, tweede, derde en vierde lid.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat met het controlesysteem in ieder geval kan worden nagegaan:
a. of en in welke mate verontreinigende stoffen zich verspreiden in het oppervlaktewater en het grondwater in de omgeving van de stortplaats; en
b. of het interventiepunt zal worden bereikt of is bereikt.
3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat bij het ontwerp van het controlesysteem rekening wordt gehouden met:
a. het ontwerp van het geohydrologisch isolatiesysteem, bedoeld in artikel 8.62d;
b. de maatregelen tegen de overschrijding, bedoeld in artikel 8.62c, eerste lid; en
c. het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, tweede, derde en vierde lid.