BWBR0012661
Geldig vanaf 2013-06-20
Artikel 11
Administratieverordening gerechtsdeurwaarders
1. Deze verordening wordt aangehaald als: Administratieverordening gerechtsdeurwaarders.
2. Het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) is bevoegd tot het geven van nadere regels betreffende de in deze verordening behandelde onderwerpen.
3. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid zijn slechts verbindend voor de leden en de organen van de KBvG en treden in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de dag van bekendmaking of zoveel eerder als zij zelf bepaalt, met dien verstande dat tussen de dag van de bekendmaking en die van de inwerkingtreding ten minste een termijn van één maand ligt.
4. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid kunnen bij besluit van de Ledenraad worden vernietigd tot het moment waarop deze in werking zijn getreden.
2. Het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) is bevoegd tot het geven van nadere regels betreffende de in deze verordening behandelde onderwerpen.
3. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid zijn slechts verbindend voor de leden en de organen van de KBvG en treden in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de dag van bekendmaking of zoveel eerder als zij zelf bepaalt, met dien verstande dat tussen de dag van de bekendmaking en die van de inwerkingtreding ten minste een termijn van één maand ligt.
4. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid kunnen bij besluit van de Ledenraad worden vernietigd tot het moment waarop deze in werking zijn getreden.