BWBR0012659
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 2
Regeling kennisgeving ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders
1. Bij de kennisgeving verschaft de gerechtsdeurwaarder in ieder geval:
a. zijn naam, adres, plaats van vestiging en telefoonnummer;
b. gegevens met betrekking tot de aard van de opgedragen ambtshandeling;
c. de naam, het adres en de hoedanigheid van degene tegen wie de ambtshandeling moet worden verricht, en
d. indien bekend, de dag en het tijdstip waarop hij voornemens is de ambtshandeling te verrichten.
2. De gerechtsdeurwaarder die de kennisgeving doet, zendt de op de opgedragen ambtshandeling betrekking hebbende stukken via data-communicatie aan de Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van de Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden van het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, onder vermelding van ‘SPOED’. In overige gevallen zendt hij de stukken aan een na de melding aan hem bekend te maken adres.
a. zijn naam, adres, plaats van vestiging en telefoonnummer;
b. gegevens met betrekking tot de aard van de opgedragen ambtshandeling;
c. de naam, het adres en de hoedanigheid van degene tegen wie de ambtshandeling moet worden verricht, en
d. indien bekend, de dag en het tijdstip waarop hij voornemens is de ambtshandeling te verrichten.
2. De gerechtsdeurwaarder die de kennisgeving doet, zendt de op de opgedragen ambtshandeling betrekking hebbende stukken via data-communicatie aan de Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van de Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden van het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, onder vermelding van ‘SPOED’. In overige gevallen zendt hij de stukken aan een na de melding aan hem bekend te maken adres.