BWBR0012628
Geldig vanaf 2001-07-21
Artikel 2
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Teleservicemedewerkers regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2001
1. De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, 1e lid, onder b, van de Politiewet 1993, die de functie vervullen van Specialist 7 BOA-RSC bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Vorenstaande functie wordt in dit besluit en de op grond van dit besluit uitgevaardigde 'Akten van beëdiging' betiteld als 'Teleservicemedewerker'.
2. Aan de hiervoor onder lid 1 omschreven 'Teleservicemedewerker' wordt in overeenstemming met mijn besluit van 7 juni 2001, kenmerk 5102509/501/CBK, ontheffng verleend van de bekwaamheidseis als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover bij de aanvraag tot aanwijzing en beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding.
Vorenstaande functie wordt in dit besluit en de op grond van dit besluit uitgevaardigde 'Akten van beëdiging' betiteld als 'Teleservicemedewerker'.
2. Aan de hiervoor onder lid 1 omschreven 'Teleservicemedewerker' wordt in overeenstemming met mijn besluit van 7 juni 2001, kenmerk 5102509/501/CBK, ontheffng verleend van de bekwaamheidseis als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover bij de aanvraag tot aanwijzing en beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding.