1. De ondernemer draagt terstond nadat de vaccinaties zijn verricht zorg voor het invullen en ondertekenen van een vaccinatieverklaring overeenkomstig het in bijlage IIIbedoelde model.
2. De ondernemer overlegt in de periode van 72 tot 24 uur vóór het slachten aan de keuringsdierenarts of diens assistent in het slachthuis een kopie van de op de desbetreffende dieren betrekking hebbende vaccinatieverklaringen en een kopie van de uitslagen van het in artikel 2, derde lid, bedoelde onderzoek van bloed van de desbetreffende dieren.
3. In afwijking van het tweede lid overlegt de ondernemer in de periode van 72 tot 24 uur vóór het slachten aan de keuringsdierenarts of diens assistent in het slachthuis van koppels, voorzover het betreft vleeskuikens en vleeskalkoenen, de uitslagen van het in artikel 2, derde lid, bedoelde onderzoek van bloed van het vorige koppel dat ter slacht is aangeboden.
4. De ondernemer bewaart de in het eerste lid bedoelde vaccinatieverklaringen en van de uitslagen van het in artikel 2, derde lid, bedoelde onderzoek gedurende een periode van vijf jaren op zijn bedrijf.
5. In afwijking van het vierde lid bewaart de ondernemer die leghennen dan wel reproductiedieren houdt gedurende een periode van vijf jaren op zijn bedrijf de in het eerste lid bedoelde vaccinatieverklaringen en de uitslagen van het in artikel 2, derde lid, bedoelde onderzoek, voorzover de genoemde gegevens betrekking hebben op vaccinaties en bloedonderzoeken die op het bedrijf of op een bedrijf waar de dieren eerder zijn gehouden zijn verricht.