BWBR0012604
Geldig vanaf 2001-07-28
Artikel 4
Regeling stagebegeleidingsvergoeding voor scholen voor basis- en voortgezet onderwijs en instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
1. Hogescholen met lerarenopleidingen ontvangen jaarlijks een bedrag van € 114,- vermenigvuldigd met de onderwijsvraag als bedoeld in de artikelen 3.3. tot en met 3.6 van het Bekostigingsbesluit WHW, van deze lerarenopleidingen.
2. Universiteiten met lerarenopleidingen ontvangen jaarlijks € 454,- vermenigvuldigd met:
a. voor het jaar 2001: de som van het aantal ingeschreven studenten van de voltijds lerarenopleidingen en een derde van het aantal ingeschreven studenten van de deeltijds lerarenopleidingen per 1 december 1997, tenzij deze som op 1 december 2000 hoger uitkwam, in welk geval deze hogere uitkomst geldt, en
b. voor de jaren 2002 en 2003: het aantal afgesloten leerovereenkomsten in de periode 1 oktober van het tweede aan het bekostigingsjaar voorafgaande kalenderjaar tot oktober van het aan het bekostigingsjaar voorafgaande kalenderjaar, overeenkomstig artikel 2.15 van het Bekostigingsbesluit WHW.
3. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden worden bij overschrijding van de in artikel 3, eerste respectievelijk tweede lid, genoemde maximaal voor de daar bedoelde instellingen beschikbare bedragen in een begrotingsjaar, de subsidiebedragen per instelling vermenigvuldigd met een factor zodanig dat de som van het totaal van de subsidies gelijk is aan het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor dat begrotingsjaar.
2. Universiteiten met lerarenopleidingen ontvangen jaarlijks € 454,- vermenigvuldigd met:
a. voor het jaar 2001: de som van het aantal ingeschreven studenten van de voltijds lerarenopleidingen en een derde van het aantal ingeschreven studenten van de deeltijds lerarenopleidingen per 1 december 1997, tenzij deze som op 1 december 2000 hoger uitkwam, in welk geval deze hogere uitkomst geldt, en
b. voor de jaren 2002 en 2003: het aantal afgesloten leerovereenkomsten in de periode 1 oktober van het tweede aan het bekostigingsjaar voorafgaande kalenderjaar tot oktober van het aan het bekostigingsjaar voorafgaande kalenderjaar, overeenkomstig artikel 2.15 van het Bekostigingsbesluit WHW.
3. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden worden bij overschrijding van de in artikel 3, eerste respectievelijk tweede lid, genoemde maximaal voor de daar bedoelde instellingen beschikbare bedragen in een begrotingsjaar, de subsidiebedragen per instelling vermenigvuldigd met een factor zodanig dat de som van het totaal van de subsidies gelijk is aan het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor dat begrotingsjaar.