BWBR0012600
Geldig vanaf 2001-06-27
Artikel 4
Stimuleringsregeling Programmatische Handhaving 2001
1. Een aanvraag bestaat uit een brief waarin wordt verwezen naar deze regeling, vergezeld van een projectvoorstel, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en een kopie van het besluit van het bestuursorgaan belast met het dagelijks bestuur van de aanvrager waarbij het projectvoorstel is vastgesteld.
2. Een aanvraag wordt gedaan bij het Projectbureau Handhaven op Niveau van het ministerie van Justitie.
3. In een projectvoorstel, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is opgenomen de visie van de aanvrager op de door hem voorgestane wijze van programmatische handhaving, een plan van aanpak om tot realisatie van deze visie te komen en een bijlage. Een projectvoorstel bevat tenminste deze onderdelen en is vastgesteld door het bestuursorgaan belast met het dagelijks bestuur van de aanvrager.
4. In de beschrijving van de visie van de aanvrager, genoemd in het derde lid, worden de volgende elementen opgenomen:
a. de beleidscontext waar binnen handhaving plaatsvindt;
b. de wijze waarop de uitvoering van handhavingsactiviteiten en de daarvoor benodigde randvoorwaarden worden georganiseerd;
c. de informatievoorziening met betrekking tot handhavingsactiviteiten;
d. de handelwijze in individuele zaken.
5. In het plan van aanpak, genoemd in het derde lid, is zo nauwkeurig mogelijk opgenomen:
a. een beschrijving van de planning van het project;
b. een gespecificeerde begroting;
c. een beschrijving van de projectorganisatie;
d. een beschrijving van de wijze waarop de informatievoorziening en besluitvorming binnen het project is geregeld.
2. Een aanvraag wordt gedaan bij het Projectbureau Handhaven op Niveau van het ministerie van Justitie.
3. In een projectvoorstel, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is opgenomen de visie van de aanvrager op de door hem voorgestane wijze van programmatische handhaving, een plan van aanpak om tot realisatie van deze visie te komen en een bijlage. Een projectvoorstel bevat tenminste deze onderdelen en is vastgesteld door het bestuursorgaan belast met het dagelijks bestuur van de aanvrager.
4. In de beschrijving van de visie van de aanvrager, genoemd in het derde lid, worden de volgende elementen opgenomen:
a. de beleidscontext waar binnen handhaving plaatsvindt;
b. de wijze waarop de uitvoering van handhavingsactiviteiten en de daarvoor benodigde randvoorwaarden worden georganiseerd;
c. de informatievoorziening met betrekking tot handhavingsactiviteiten;
d. de handelwijze in individuele zaken.
5. In het plan van aanpak, genoemd in het derde lid, is zo nauwkeurig mogelijk opgenomen:
a. een beschrijving van de planning van het project;
b. een gespecificeerde begroting;
c. een beschrijving van de projectorganisatie;
d. een beschrijving van de wijze waarop de informatievoorziening en besluitvorming binnen het project is geregeld.