BWBR0012598
Geldig vanaf 2001-06-23
Artikel 9
Subsidieregeling ESF-3
1. Uitsluitend de kosten die door of op verzoek van de begunstigde daadwerkelijk zijn gemaakt, die ten laste van de begunstigde zijn gebleven en die voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project noodzakelijk moeten worden geacht, komen voor subsidiëring in aanmerking. Hierbij wordt verordening(EG)1685/2000in acht genomen.
2. Als projectkosten blijven buiten beschouwing:
a. kosten die meer dan zes maanden voor de aanvang van het project zijn gemaakt ten behoeve van de voorbereiding van dat project;
b. kosten die meer dan zes maanden voor de datum van ontvangst van de aanvraag van projectsubsidie voor het project zijn gemaakt ten behoeve van de uitvoering van dat project;
c. de kosten van inkomensvervangende betalingen of uitkeringen aan deelnemers, niet zijnde loonbetalingen;
d. de loonkosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen welke zijn aangegaan of bekostigd in het kader van de Wet werk en bijstand de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- of doorstroombanen;
e. kosten van adviseurs, uitvoerders en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project, of als percentage van de te ontvangen projectsubsidie;
f. in het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, de loonkosten van een persoon die in het kader van de Wet sociale werkvoorziening een dienstverband met de gemeente dan wel met een reguliere werkgever heeft.
3. Indien een project wordt uitgevoerd ten behoeve van wel en niet tot de doelgroepen behorende deelnemers, dan worden de kosten naar verhouding, en op grond van een controleerbare berekening, toegerekend aan de onderscheiden deelnemers.
2. Als projectkosten blijven buiten beschouwing:
a. kosten die meer dan zes maanden voor de aanvang van het project zijn gemaakt ten behoeve van de voorbereiding van dat project;
b. kosten die meer dan zes maanden voor de datum van ontvangst van de aanvraag van projectsubsidie voor het project zijn gemaakt ten behoeve van de uitvoering van dat project;
c. de kosten van inkomensvervangende betalingen of uitkeringen aan deelnemers, niet zijnde loonbetalingen;
d. de loonkosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen welke zijn aangegaan of bekostigd in het kader van de Wet werk en bijstand de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- of doorstroombanen;
e. kosten van adviseurs, uitvoerders en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project, of als percentage van de te ontvangen projectsubsidie;
f. in het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, de loonkosten van een persoon die in het kader van de Wet sociale werkvoorziening een dienstverband met de gemeente dan wel met een reguliere werkgever heeft.
3. Indien een project wordt uitgevoerd ten behoeve van wel en niet tot de doelgroepen behorende deelnemers, dan worden de kosten naar verhouding, en op grond van een controleerbare berekening, toegerekend aan de onderscheiden deelnemers.