BWBR0012597
Geldig vanaf 2004-07-07
Artikel 2
ESF3-beleidskader 2001, als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling ESF-3
1. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling ESF-3komen in ieder geval de navolgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:
a. scholing;
b. sollicitatietraining;
c. beroepskeuzevoorlichting;
d. arbeidsbemiddeling;
e. stages;
f. sociale activering, voor zover deze een bijdrage kan leveren aan de toetreding tot de arbeidsmarkt;
g. schuldhulpverlening, niet zijnde het saneren van de schuld zelf;
h. kinderopvang, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de reïntegratie tot uiterlijk het tijdstip waarop betrokkene een arbeidsverhouding is aangegaan en een eventuele proeftijd met betrekking tot deze arbeidsverhouding is geëindigd.
2. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling ESF-3komen in ieder geval de navolgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:
a. activiteiten gericht op vermindering van blootstelling aan arbeidsrisico’s;
b. activiteiten gericht op vermindering van verzuim en verminderen van de instroom in de WAO;
c. activiteiten gericht op versterking van de sociale infrastructuur door middel van combinatiefuncties en sluitende dagarrangementen voor kinderen, teneinde de combinatie van arbeid en zorg te vermakkelijken.
3. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling ESF-3komen in ieder geval de navolgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:
a. scholing tot op startkwalificatieniveau (assistentenopleiding of basisopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs), inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zogenaamde ‘EVC-methode’;
b. verdere scholing: 1e. tot op het niveau vakopleiding of middenkaderopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zgn. ‘EVC-methode’; of
2e. tot en met de HBO-opleidingen, opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
1e. tot op het niveau vakopleiding of middenkaderopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zgn. ‘EVC-methode’; of
2e. tot en met de HBO-opleidingen, opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. bedrijfstakoverstijgende scholing, gericht op mobiliteitsbevordering, waar organisaties uit twee of meer bedrijfstakken als bedoeld in bijlage 2 bij betrokken zijn;
d. cursussen Nederlandse taal;
e. activiteiten die een versterking van het personeelsbeleid binnen arbeidsorganisaties inhouden, zoals het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van EVC-methoden, het opstellen van bedrijfsopleidingsplannen en van persoonlijke opleidings- of ontwikkelingsplannen, het adviseren met het oog op het verkrijgen van inzicht in de mogelijkheden van de loopbaan van de individuele werknemer, het opstellen van employability portfolio’s of EVC-portfolio’s;
f. outplacement voor met werkloosheid bedreigden.
4. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de Subsidieregeling ESF-3komen voor subsidie in aanmerking kleinschalige experimenten met nieuwe combinaties van arbeid en zorg, alsmede activiteiten gericht op specifieke doelgroepen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.
5. Ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met c, hebben projecten, waarin deze activiteiten plaatsvinden, die gericht zijn op personen zonder een startkwalificatie voorrang op projecten gericht op personen met een startkwalificatie.
a. scholing;
b. sollicitatietraining;
c. beroepskeuzevoorlichting;
d. arbeidsbemiddeling;
e. stages;
f. sociale activering, voor zover deze een bijdrage kan leveren aan de toetreding tot de arbeidsmarkt;
g. schuldhulpverlening, niet zijnde het saneren van de schuld zelf;
h. kinderopvang, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de reïntegratie tot uiterlijk het tijdstip waarop betrokkene een arbeidsverhouding is aangegaan en een eventuele proeftijd met betrekking tot deze arbeidsverhouding is geëindigd.
2. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling ESF-3komen in ieder geval de navolgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:
a. activiteiten gericht op vermindering van blootstelling aan arbeidsrisico’s;
b. activiteiten gericht op vermindering van verzuim en verminderen van de instroom in de WAO;
c. activiteiten gericht op versterking van de sociale infrastructuur door middel van combinatiefuncties en sluitende dagarrangementen voor kinderen, teneinde de combinatie van arbeid en zorg te vermakkelijken.
3. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling ESF-3komen in ieder geval de navolgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:
a. scholing tot op startkwalificatieniveau (assistentenopleiding of basisopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs), inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zogenaamde ‘EVC-methode’;
b. verdere scholing: 1e. tot op het niveau vakopleiding of middenkaderopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zgn. ‘EVC-methode’; of
2e. tot en met de HBO-opleidingen, opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
1e. tot op het niveau vakopleiding of middenkaderopleiding in de zin van artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, inclusief het testen van deelnemers, de ontwikkeling van testmethoden en scholingsprogramma’s, waar nog niet voorhanden, alsmede de training van personeelsfunctionarissen in het gebruik van die methoden, waarbij waar mogelijk wordt uitgegaan van de zgn. ‘EVC-methode’; of
2e. tot en met de HBO-opleidingen, opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. bedrijfstakoverstijgende scholing, gericht op mobiliteitsbevordering, waar organisaties uit twee of meer bedrijfstakken als bedoeld in bijlage 2 bij betrokken zijn;
d. cursussen Nederlandse taal;
e. activiteiten die een versterking van het personeelsbeleid binnen arbeidsorganisaties inhouden, zoals het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van EVC-methoden, het opstellen van bedrijfsopleidingsplannen en van persoonlijke opleidings- of ontwikkelingsplannen, het adviseren met het oog op het verkrijgen van inzicht in de mogelijkheden van de loopbaan van de individuele werknemer, het opstellen van employability portfolio’s of EVC-portfolio’s;
f. outplacement voor met werkloosheid bedreigden.
4. In het kader van een project als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de Subsidieregeling ESF-3komen voor subsidie in aanmerking kleinschalige experimenten met nieuwe combinaties van arbeid en zorg, alsmede activiteiten gericht op specifieke doelgroepen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.
5. Ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met c, hebben projecten, waarin deze activiteiten plaatsvinden, die gericht zijn op personen zonder een startkwalificatie voorrang op projecten gericht op personen met een startkwalificatie.