BWBR0012577
Geldig vanaf 2001-06-20
Artikel 3
Aanwijzingsregeling vestiging in de EU
1. Een verklaring wordt uitsluitend afgegeven, indien de aanvrager heeft aangetoond, dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, gesteld in artikel 4 van de richtlijn.
2. De in het eerste lid bedoelde verklaring bevat een opgave van de feiten, op grond waarvan zij wordt afgegeven, overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 1 bij de bekendmaking van de Commissie betreffende bewijzen, verklaringen en documenten die zijn voorgeschreven in de tot en met 1 juni 1973 door de Raad vastgestelde richtlijnen op het gebied van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten en betrekking hebben op
de betrouwbaarheid,
het feit dat er geen faillissement heeft plaatsgehad,
de aard en de duur van de in de landen van herkomst uitgeoefende beroepswerkzaamheden (PbEG C 81).
2. De in het eerste lid bedoelde verklaring bevat een opgave van de feiten, op grond waarvan zij wordt afgegeven, overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 1 bij de bekendmaking van de Commissie betreffende bewijzen, verklaringen en documenten die zijn voorgeschreven in de tot en met 1 juni 1973 door de Raad vastgestelde richtlijnen op het gebied van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten en betrekking hebben op
de betrouwbaarheid,
het feit dat er geen faillissement heeft plaatsgehad,
de aard en de duur van de in de landen van herkomst uitgeoefende beroepswerkzaamheden (PbEG C 81).