BWBR0012559
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 7
Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit 2001
1. Het verrichten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor:
a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor paardachtigen bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit;
b. de intrekking van de in onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit;
c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij paardachtigen alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;
wordt opgedragen aan de voorzitter.
2. De advisering van de voorzitter, bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op paardachtigen, opgedragen aan de Interim-Commissie paardenhouderij.
3. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.
4. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.
a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor paardachtigen bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit;
b. de intrekking van de in onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit;
c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij paardachtigen alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;
wordt opgedragen aan de voorzitter.
2. De advisering van de voorzitter, bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op paardachtigen, opgedragen aan de Interim-Commissie paardenhouderij.
3. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.
4. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012559
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl