BWBR0012548
Geldig vanaf 2001-07-05
Artikel C
Uitvoeringsregeling BSE-Demos
Geen subsidie wordt verstrekt, indien:
1. het project niet is gericht op ontwikkeling van nieuwe technieken of ontwikkelingsstrategieën of nieuwe toepassing van bestaande technieken of ontwikkelingsstrategieën;
2. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
3. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
4. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de beoogde baten van het project in termen van energiebesparing de kosten van het project zullen overtreffen;
5. het onaannemelijk is dat een haalbaarheidsproject, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of een kennisoverdrachtproject binnen een jaar na subsidieverlening wordt voltooid of dat een praktijkexperiment, een demonstratieproject of een marktintroductieproject binnen drie jaar na subsidieverlening wordt voltooid;
6. het project niet voorziet in kennisoverdracht;
7. het project niet geschikt is voor grootschalige toepassing;
8. verwachte effecten van het project op het gebied van energiebesparing door technische maatregelen of technische gedragssturing niet duidelijk worden onderbouwd;
9. een project niet voorziet in integraal onderzoek naar de verwachte effecten op energiebesparing en energieverbruik;
10. een project op het gebied van domotica niet vergezeld gaat van een duidelijk onderhoud- en beheerplan;
11. een kennisoverdrachtproject, een praktijkexperiment, een demonstratieproject of een marktintroductieproject niet voorziet in monitoring;
12. het project betrekking heeft op de installatie voor verwarming van ruimten;
13. een project inzake technische gedragssturing en gedragsbeïnvloeding niet voorziet in samenwerking met één of meer marktpartijen en één of meer gedragsdeskundigen;
14. bij een praktijkexperiment, een demonstratieproject, een marktintroductieproject of een haalbaarheidsproject inzake domotica de energieprestatie van bestaande woningen zonder domotica slechter is dan Energie-index (EI) 0,9 en de energieprestatie van nieuwe woningen zonder domotica slechter is dan energieprestatiecoëfficiënt (EPC) 0,8;
15. een project inzake domotica onafhankelijk van andere maatregelen minder dan 10% aan energie bespaart ten opzichte van het totale directe energieverbruik van de woning.
Ad 2 en 3. Bij de beoordeling van de haalbaarheid van een project kunnen worden betrokken de belemmeringen en mogelijkheden voortvloeiend uit regelgeving, normen of certificatie. Daarnaast moet een projectuitvoerder kunnen beschikken over de noodzakelijke financiële middelen en de benodigde organisatorische, sociaal-wetenschapppelijke en technisch-wetenschappelijke kennis.
Ad 11. Onder monitoring wordt verstaan het voor ten minste twee jaar bijhouden van de jaarlijkse energieverbruiken, de beleving van de bewoners en evaluatie van de gebruikersvriendelijkheid en werking van het systeem. Bij praktijkexperimenten moet ook de werking van de componenten geëvalueerd worden.
1. het project niet is gericht op ontwikkeling van nieuwe technieken of ontwikkelingsstrategieën of nieuwe toepassing van bestaande technieken of ontwikkelingsstrategieën;
2. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
3. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
4. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de beoogde baten van het project in termen van energiebesparing de kosten van het project zullen overtreffen;
5. het onaannemelijk is dat een haalbaarheidsproject, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of een kennisoverdrachtproject binnen een jaar na subsidieverlening wordt voltooid of dat een praktijkexperiment, een demonstratieproject of een marktintroductieproject binnen drie jaar na subsidieverlening wordt voltooid;
6. het project niet voorziet in kennisoverdracht;
7. het project niet geschikt is voor grootschalige toepassing;
8. verwachte effecten van het project op het gebied van energiebesparing door technische maatregelen of technische gedragssturing niet duidelijk worden onderbouwd;
9. een project niet voorziet in integraal onderzoek naar de verwachte effecten op energiebesparing en energieverbruik;
10. een project op het gebied van domotica niet vergezeld gaat van een duidelijk onderhoud- en beheerplan;
11. een kennisoverdrachtproject, een praktijkexperiment, een demonstratieproject of een marktintroductieproject niet voorziet in monitoring;
12. het project betrekking heeft op de installatie voor verwarming van ruimten;
13. een project inzake technische gedragssturing en gedragsbeïnvloeding niet voorziet in samenwerking met één of meer marktpartijen en één of meer gedragsdeskundigen;
14. bij een praktijkexperiment, een demonstratieproject, een marktintroductieproject of een haalbaarheidsproject inzake domotica de energieprestatie van bestaande woningen zonder domotica slechter is dan Energie-index (EI) 0,9 en de energieprestatie van nieuwe woningen zonder domotica slechter is dan energieprestatiecoëfficiënt (EPC) 0,8;
15. een project inzake domotica onafhankelijk van andere maatregelen minder dan 10% aan energie bespaart ten opzichte van het totale directe energieverbruik van de woning.
Ad 2 en 3. Bij de beoordeling van de haalbaarheid van een project kunnen worden betrokken de belemmeringen en mogelijkheden voortvloeiend uit regelgeving, normen of certificatie. Daarnaast moet een projectuitvoerder kunnen beschikken over de noodzakelijke financiële middelen en de benodigde organisatorische, sociaal-wetenschapppelijke en technisch-wetenschappelijke kennis.
Ad 11. Onder monitoring wordt verstaan het voor ten minste twee jaar bijhouden van de jaarlijkse energieverbruiken, de beleving van de bewoners en evaluatie van de gebruikersvriendelijkheid en werking van het systeem. Bij praktijkexperimenten moet ook de werking van de componenten geëvalueerd worden.