BWBR0012546
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 2
Instellingsbesluit Inspectie Verkeer en Waterstaat
1. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is, voorzover dit niet bij of krachtens de wet aan anderen is opgedragen of gemandateerd, belast met uitvoering en handhaving van de wetgeving op het terrein van:
a. het personen- en goederenvervoer over de weg,
b. de spoorwegen;
c. de scheepvaart;
d. de luchtvaart;
e. kabelbaaninstalllaties.
2. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is onverminderd het bepaalde in het eerste lid, belast met de taken van de veiligheidsinstantie, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van richtlijn nr. 2004/49/EG, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEG L 164).
3. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is voorts belast met de taken van de nationale toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) Nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (de kaderverordening) (PbEG L 96/1).
a. het personen- en goederenvervoer over de weg,
b. de spoorwegen;
c. de scheepvaart;
d. de luchtvaart;
e. kabelbaaninstalllaties.
2. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is onverminderd het bepaalde in het eerste lid, belast met de taken van de veiligheidsinstantie, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van richtlijn nr. 2004/49/EG, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEG L 164).
3. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is voorts belast met de taken van de nationale toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) Nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (de kaderverordening) (PbEG L 96/1).