BWBR0012537
Geldig vanaf 2004-12-01
Artikel 3
Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten en zoönosen
1. Vervoerseenheden die worden gebruikt voor het vervoer van evenhoevigen en gebracht worden op bedrijven of andere plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, teneinde evenhoevigen op te halen, zijn voorzien van een kenteken als bedoeld in bijlage II, dat overeenkomt met een van de gebieden waarbinnen voornoemde bedrijven of plaatsen bezocht worden.
2. Het is verboden vervoerseenheden die overeenkomstig het eerste lid voorzien zijn van een kenteken in een ander gebied te brengen, met dien verstande dat de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 als een gebied worden aangemerkt.
3. Het kenteken, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de belanghebbende en na legitimatie van de bestuurder door middel van het rijbewijs en na overlegging van het kentekenbewijs of registratiebewijs van het betreffende vervoermiddel, met dien verstande dat per vervoerseenheid ten hoogste een kenteken wordt afgegeven.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn uitsluitend van toepassing op vervoermiddelen ten aanzien waarvan op grond van <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994</a>een kentekenbewijs, dan wel een registratiebewijs is afgegeven, en op vervoermiddelen waarvan in het land van herkomst, indien dat niet Nederland is, een gelijkwaardig kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven.
2. Het is verboden vervoerseenheden die overeenkomstig het eerste lid voorzien zijn van een kenteken in een ander gebied te brengen, met dien verstande dat de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 als een gebied worden aangemerkt.
3. Het kenteken, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de belanghebbende en na legitimatie van de bestuurder door middel van het rijbewijs en na overlegging van het kentekenbewijs of registratiebewijs van het betreffende vervoermiddel, met dien verstande dat per vervoerseenheid ten hoogste een kenteken wordt afgegeven.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn uitsluitend van toepassing op vervoermiddelen ten aanzien waarvan op grond van <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994</a>een kentekenbewijs, dan wel een registratiebewijs is afgegeven, en op vervoermiddelen waarvan in het land van herkomst, indien dat niet Nederland is, een gelijkwaardig kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven.