BWBR0012533
Geldig vanaf 2001-06-08
Artikel 14
Besluit natuurbeheer Midden- en Oost-Europa 2001
1. De minister rangschikt de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen zodanig dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate dat project:
a. meer bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstelling bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. meer aansluit bij de in artikel 4, tweede lid, genoemde thema's;
c. meer voldoet aan de in artikel 5 genoemde beoordelingsmaatstaven.
2. De minister kan bij de rangschikking van de aanvragen tevens rekening houden met een gewenste evenwichtige spreiding van de middelen over de thema's, regio's en landen, gebaseerd op de prioriteitstelling in het Actieplan Natuurbeheer Midden- en Oost-Europa 2001-2004.
3. De minister kan nader bepalen dat bij de in het eerste lid bedoelde rangschikking één of meer van de in artikel 4, tweede lid, genoemde thema's en van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, bedoelde regio's en landen hoger gerangschikt worden.
4. De minister geeft van het in het derde lid genoemde besluit kennis in de Staatscourant.
a. meer bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstelling bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. meer aansluit bij de in artikel 4, tweede lid, genoemde thema's;
c. meer voldoet aan de in artikel 5 genoemde beoordelingsmaatstaven.
2. De minister kan bij de rangschikking van de aanvragen tevens rekening houden met een gewenste evenwichtige spreiding van de middelen over de thema's, regio's en landen, gebaseerd op de prioriteitstelling in het Actieplan Natuurbeheer Midden- en Oost-Europa 2001-2004.
3. De minister kan nader bepalen dat bij de in het eerste lid bedoelde rangschikking één of meer van de in artikel 4, tweede lid, genoemde thema's en van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, bedoelde regio's en landen hoger gerangschikt worden.
4. De minister geeft van het in het derde lid genoemde besluit kennis in de Staatscourant.