BWBR0012523
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 2
Mandaat RVV
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de kringdirecteuren en de plaatsvervangend kringdirecteuren van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees worden gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffiende:
a. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. besluiten als bedoeld in de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
c. aanwijzingen als bedoeld in artikel 4 van de Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens;
d. ontheffingen als bedoeld in artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van een op grond van artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte;
e. het besluit tot toepassing van bestuursdwang van de artikelen 106 en 117 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 96 van de Veewet, alsmede om ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
f. de uitvoering, bedoeld in de Regeling uitvoering EG-Verordening 494/98, alsmede om ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen die deze beslissing uitvoeren.
a. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. besluiten als bedoeld in de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
c. aanwijzingen als bedoeld in artikel 4 van de Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens;
d. ontheffingen als bedoeld in artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van een op grond van artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte;
e. het besluit tot toepassing van bestuursdwang van de artikelen 106 en 117 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 96 van de Veewet, alsmede om ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
f. de uitvoering, bedoeld in de Regeling uitvoering EG-Verordening 494/98, alsmede om ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen die deze beslissing uitvoeren.