BWBR0012522
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 2
Mandaat directeur Juridische Zaken
De directeur Juridische Zaken, de plaatsvervangend directeur Juridische Zaken, het hoofd Afdeling Rechtsbescherming en andere Juridische Zaken en de teamleiders Rechtsbescherming bij de Directie Juridische Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. beslissingen op bezwaarschriften, indien de gegrondverklaring, de ongegrondverklaring of de niet-ontvankelijkverklaring geschiedt overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften en indien het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan;
b. beslissingen op bezwaarschriften, indien over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift geen advies is ingewonnen van de Commissie voor de bezwaarschriften;
c. de beslissing tot verdaging van een beslissing op een ingediend bezwaarschrift;
d. besluiten waarbij de betrokken Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen wordt gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen op bezwaarschriften alsmede om verweerschriften en overige schrifturen (waaronder rechtsmiddelen) in te dienen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven in verband met bij dat college ingestelde beroepen betreffende het In- en Uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980;
e. beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
f. beslissingen op verzoeken tot heroverweging van beslissingen, betrekking hebbend op aan betrokkenen toekomende referentiehoeveelheden mest;
g. verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter;
h. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, waarin de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij partij was.
a. beslissingen op bezwaarschriften, indien de gegrondverklaring, de ongegrondverklaring of de niet-ontvankelijkverklaring geschiedt overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften en indien het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan;
b. beslissingen op bezwaarschriften, indien over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift geen advies is ingewonnen van de Commissie voor de bezwaarschriften;
c. de beslissing tot verdaging van een beslissing op een ingediend bezwaarschrift;
d. besluiten waarbij de betrokken Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen wordt gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen op bezwaarschriften alsmede om verweerschriften en overige schrifturen (waaronder rechtsmiddelen) in te dienen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven in verband met bij dat college ingestelde beroepen betreffende het In- en Uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980;
e. beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
f. beslissingen op verzoeken tot heroverweging van beslissingen, betrekking hebbend op aan betrokkenen toekomende referentiehoeveelheden mest;
g. verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter;
h. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, waarin de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij partij was.