BWBR0012519
Geldig vanaf 2001-06-01
Artikel 5
Regeling draagvlak natuur
1. Een subsidie als bedoeld in artikel 2kan worden verleend voor de volgende met het project of programma verband houdende kosten:
a. de gemaakte en te betalen loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project of programma betrokken personeel in dienst van de subsidieontvanger berekend aan de hand van de normbedragen per salarisschaal, zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven van het Ministerie van Financiën;
b. kosten van verbruikte materialen of hulpmiddelen;
c. aan derden verschuldigde kosten ter zake van planvormings- en uitvoeringsactiviteiten tot een maximum van 35% van de in de onderdelen a, b en d genoemde kosten;
d. kosten van vrijwilligers, voor zover deze een vrijwilligersvergoeding ontvangen, tot maximaal het bedrag dat jaarlijks belastingvrij als vrijwilligersvergoeding kan worden verstrekt;
e. reis- en verblijfkosten;
f. de voor de vaststelling van de subsidie benodigde accountantsverklaring, tot een maximum van € 1820.
2. Een subsidie voor programma's kan tevens worden verleend voor de kosten van de in artikel 24bedoelde evaluatie tot een maximum van 10% van de in de onderdelen a tot en met e van het eerste lid genoemde kosten.
3. De subsidiabele kosten worden verhoogd met een forfaitaire opslag voor overhead van 10% van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde loonkosten.
4. De subsidiabele kosten kunnen worden verhoogd met een opslag voor onvoorziene kosten van maximaal 15% van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, genoemde kosten.
5. De kosten, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.
6. Voor het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgegaan van het kosten-plus tarief gebaseerd op respectievelijk ten hoogste salarisschaal 6 voor ondersteund personeel, ten hoogste salarisschaal 11 voor uitvoerend personeel en ten hoogste salarisschaal 13 voor toezichthoudend personeel.
a. de gemaakte en te betalen loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project of programma betrokken personeel in dienst van de subsidieontvanger berekend aan de hand van de normbedragen per salarisschaal, zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven van het Ministerie van Financiën;
b. kosten van verbruikte materialen of hulpmiddelen;
c. aan derden verschuldigde kosten ter zake van planvormings- en uitvoeringsactiviteiten tot een maximum van 35% van de in de onderdelen a, b en d genoemde kosten;
d. kosten van vrijwilligers, voor zover deze een vrijwilligersvergoeding ontvangen, tot maximaal het bedrag dat jaarlijks belastingvrij als vrijwilligersvergoeding kan worden verstrekt;
e. reis- en verblijfkosten;
f. de voor de vaststelling van de subsidie benodigde accountantsverklaring, tot een maximum van € 1820.
2. Een subsidie voor programma's kan tevens worden verleend voor de kosten van de in artikel 24bedoelde evaluatie tot een maximum van 10% van de in de onderdelen a tot en met e van het eerste lid genoemde kosten.
3. De subsidiabele kosten worden verhoogd met een forfaitaire opslag voor overhead van 10% van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde loonkosten.
4. De subsidiabele kosten kunnen worden verhoogd met een opslag voor onvoorziene kosten van maximaal 15% van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, genoemde kosten.
5. De kosten, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.
6. Voor het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgegaan van het kosten-plus tarief gebaseerd op respectievelijk ten hoogste salarisschaal 6 voor ondersteund personeel, ten hoogste salarisschaal 11 voor uitvoerend personeel en ten hoogste salarisschaal 13 voor toezichthoudend personeel.