BWBR0012486
Geldig vanaf 2000-12-15
Artikel 11
Privacyreglement Project Integriteit Bedrijfsleven Rotterdam Rijnmond
1. De geregistreerde wordt binnen vier weken na eerste opname in de registratie schriftelijk van deze op-name in kennis gesteld, tenzij geregi-streerde weet of redelijkerwijs kan weten dat een dergelijke opname heeft plaatsgevonden, dan wel indien een gewichtig belang van de houder zich tegen het doen van een schriftelijke mededeling verzet, dan wel op grond van de in het vierde lid genoemde criteria.
2. De geregistreerde kan de rechten genoemd in de artikelen 29, 31 en 32 van de wet uitoefenen door het in deze artikelen bedoelde verzoek schriftelijk te richten aan de houder, ter attentie van de directeur Bestuurszaken, per adres Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
3. Op een verzoek als bedoeld in artikel 29 en 32 van de wet wordt binnen vier weken nadat het verzoek is ontvangen, geantwoord. Op een verzoek als bedoeld in artikel 31 wordt binnen acht weken geantwoord.
4. De mededeling als bedoeld in artikel 29 en 32 van de wet wordt geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. inspectie, controle en toezicht door of vanwege overheidsorganen of andere organen met publiekrechtelijke taak;
e. gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de houder daaronder begrepen.
5. De functionaris belast met de behandeling van de verzoeken genoemd in het eerste lid is bevoegd ter vaststelling van de identiteit van de verzoeker of diens vertegenwoordiger zonodig inzage te vragen van documenten waaruit de identiteit kan blijken. Hij kan van de verzoeker of diens vertegenwoordiger verlangen dat die in persoon bij hem verschijnt.
6. De beantwoording van de verzoeken, met inbegrip van de weigering aan het verzoek te voldoen, geschiedt schriftelijk.
7. Indien de houder niet voldoet aan het verzoek van betrokkene zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, of daar niet schriftelijk aan voldoet, kan betrokkene zich wenden tot de arrondissementsrechtbank of de Registratiekamer, zoals bepaald in artikel 34 van de wet.
2. De geregistreerde kan de rechten genoemd in de artikelen 29, 31 en 32 van de wet uitoefenen door het in deze artikelen bedoelde verzoek schriftelijk te richten aan de houder, ter attentie van de directeur Bestuurszaken, per adres Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
3. Op een verzoek als bedoeld in artikel 29 en 32 van de wet wordt binnen vier weken nadat het verzoek is ontvangen, geantwoord. Op een verzoek als bedoeld in artikel 31 wordt binnen acht weken geantwoord.
4. De mededeling als bedoeld in artikel 29 en 32 van de wet wordt geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. inspectie, controle en toezicht door of vanwege overheidsorganen of andere organen met publiekrechtelijke taak;
e. gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de houder daaronder begrepen.
5. De functionaris belast met de behandeling van de verzoeken genoemd in het eerste lid is bevoegd ter vaststelling van de identiteit van de verzoeker of diens vertegenwoordiger zonodig inzage te vragen van documenten waaruit de identiteit kan blijken. Hij kan van de verzoeker of diens vertegenwoordiger verlangen dat die in persoon bij hem verschijnt.
6. De beantwoording van de verzoeken, met inbegrip van de weigering aan het verzoek te voldoen, geschiedt schriftelijk.
7. Indien de houder niet voldoet aan het verzoek van betrokkene zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, of daar niet schriftelijk aan voldoet, kan betrokkene zich wenden tot de arrondissementsrechtbank of de Registratiekamer, zoals bepaald in artikel 34 van de wet.