BWBR0012461
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 33
Vrijstellingsbesluit Wbp
1. Artikel 27 van de wetis niet van toepassing op verwerkingen die uitsluitend zijn gericht op het onderhoud, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de goede werking van computersystemen of computerprogramma's binnen de organisatie van de verantwoordelijke, voor zover deze verwerkingen voldoen aan de in dit artikel vermelde eisen.
2. De verwerking geschiedt slechts voor:
a. de controle op en de beveiliging van de computersystemen of computerprogramma's;
b. de ondersteuning van de goede werking van de computersystemen of computerprogramma's;
c. het sorteren en herstellen van (tussen)bestanden;
d. het aanmaken van reservekopieën van (tussen)bestanden;
e. het beheer van de systemen of programma's.
3. Geen andere persoonsgegevens worden verwerkt dan:
a. gegevens met betrekking tot het gebruik van de programmatuur;
b. technische en besturingsgegevens;
c. gegevens ter bevordering van een goede werking;
d. historische gegevens;
e. gebruikersgegevens.
4. De persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan:
a. degenen, waaronder begrepen derden, die zijn belast met of leiding geven aan het systeem-, gegevensbeheer of applicatiebeheer of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
b. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8, onder a, c en d, en artikel 9, derde lid, van de wet.
5. De persoonsgegevens worden verwijderd uiterlijk 6 maanden nadat zij zijn verkregen, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn ter voldoening aan een wettelijke bewaarplicht.
2. De verwerking geschiedt slechts voor:
a. de controle op en de beveiliging van de computersystemen of computerprogramma's;
b. de ondersteuning van de goede werking van de computersystemen of computerprogramma's;
c. het sorteren en herstellen van (tussen)bestanden;
d. het aanmaken van reservekopieën van (tussen)bestanden;
e. het beheer van de systemen of programma's.
3. Geen andere persoonsgegevens worden verwerkt dan:
a. gegevens met betrekking tot het gebruik van de programmatuur;
b. technische en besturingsgegevens;
c. gegevens ter bevordering van een goede werking;
d. historische gegevens;
e. gebruikersgegevens.
4. De persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan:
a. degenen, waaronder begrepen derden, die zijn belast met of leiding geven aan het systeem-, gegevensbeheer of applicatiebeheer of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
b. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8, onder a, c en d, en artikel 9, derde lid, van de wet.
5. De persoonsgegevens worden verwijderd uiterlijk 6 maanden nadat zij zijn verkregen, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn ter voldoening aan een wettelijke bewaarplicht.