BWBR0012459
Geldig vanaf 2001-06-22
Artikel 5
Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden
1. Aan de subsidieverlening zijn de in het tweede tot en met zevende lid opgenomen verplichtingen verbonden.
2. De subsidie-ontvanger gebruikt de subsidie voor de uitvoering van die onderdelen van het ontwikkelingsprogramma, die vallen binnen de reikwijdte van het Beleidskader stadseconomie (Kamerstukken 1998/99, 21 062, nr. 77), onderdeel niet-fysieke economie.
3. De subsidie-ontvanger komt de voor hem uit het convenant met betrekking tot de subsidie voortvloeiende verplichtingen na.
4. De subsidie-ontvanger neemt deel aan de tweejaarlijkse herhalingsmeting van de benchmark lokaal ondernemers klimaat.
5. De subsidie-ontvanger neemt bij het gebruik van de subsidie de ingevolge het Verdrag betreffende de Europese Unievoor de Staat geldende verplichtingen in acht.
6. De subsidie-ontvanger dient bij Onze Minister een aanvraag om subsidievaststelling in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking tot subsidieverlening is vermeld.
7. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen.
2. De subsidie-ontvanger gebruikt de subsidie voor de uitvoering van die onderdelen van het ontwikkelingsprogramma, die vallen binnen de reikwijdte van het Beleidskader stadseconomie (Kamerstukken 1998/99, 21 062, nr. 77), onderdeel niet-fysieke economie.
3. De subsidie-ontvanger komt de voor hem uit het convenant met betrekking tot de subsidie voortvloeiende verplichtingen na.
4. De subsidie-ontvanger neemt deel aan de tweejaarlijkse herhalingsmeting van de benchmark lokaal ondernemers klimaat.
5. De subsidie-ontvanger neemt bij het gebruik van de subsidie de ingevolge het Verdrag betreffende de Europese Unievoor de Staat geldende verplichtingen in acht.
6. De subsidie-ontvanger dient bij Onze Minister een aanvraag om subsidievaststelling in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking tot subsidieverlening is vermeld.
7. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen.