BWBR0012445
Geldig vanaf 2001-04-27
Artikel 5a
Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ
1. Voor de subsidie voor het aanhouden van zeugen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die voor eigen rekening en risico zeugen houden, ten aanzien waarvan de verplichtingen, bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde lid, gelden.
2. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt verstrekt voor de periode, bedoeld in artikel 4, zesde lid. Indien artikel 4, zevende lid, van toepassing is wordt deze periode op overeenkomstige wijze bekort.
3. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt slechts verstrekt voor zeugen
a. die bij het indienen van de aanvraag voor de opkoop ter destructie van biggen tenminste 8 maanden oud zijn,
b. die bestemd zijn voor het voortbrengen van varkens,
c. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, niet worden geïnsemineerd of bevrucht,
d. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, en in de vier daarop volgende maanden op de locatie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het landbouwbedrijf worden aangehouden,
e. die overeenkomstig de Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998 van het Productschap Vee en Vlees zijn voorzien van een merk, en
f. die zijn voorzien van een merk met een individueel registratienummer.
4. Met betrekking tot de subsidie voor het aanhouden van zeugen zijn ten aanzien van het indienen van aanvragen, controlemaatregelen en sancties de artikelen 5, 6, eerste, derde, vierde en vijfde lid, eerste alinea, 7bis, eerste en tweede lid, 7ter, 8, 10, tweede, derde en vijfde lid, 10ter, 10sexies, eerste lid, 11 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3887/92van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 391).
2. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt verstrekt voor de periode, bedoeld in artikel 4, zesde lid. Indien artikel 4, zevende lid, van toepassing is wordt deze periode op overeenkomstige wijze bekort.
3. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt slechts verstrekt voor zeugen
a. die bij het indienen van de aanvraag voor de opkoop ter destructie van biggen tenminste 8 maanden oud zijn,
b. die bestemd zijn voor het voortbrengen van varkens,
c. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, niet worden geïnsemineerd of bevrucht,
d. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, en in de vier daarop volgende maanden op de locatie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het landbouwbedrijf worden aangehouden,
e. die overeenkomstig de Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998 van het Productschap Vee en Vlees zijn voorzien van een merk, en
f. die zijn voorzien van een merk met een individueel registratienummer.
4. Met betrekking tot de subsidie voor het aanhouden van zeugen zijn ten aanzien van het indienen van aanvragen, controlemaatregelen en sancties de artikelen 5, 6, eerste, derde, vierde en vijfde lid, eerste alinea, 7bis, eerste en tweede lid, 7ter, 8, 10, tweede, derde en vijfde lid, 10ter, 10sexies, eerste lid, 11 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3887/92van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 391).