BWBR0012422
Geldig vanaf 2001-05-04
Artikel 18
Besluit subsidies technische ontwikkelingsprojecten
1. Van de verstrekte subsidie zal de subsidie-ontvanger terugbetalen:
a. binnen acht weken na afloop van een kalenderjaar, tot de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde datum, een bedrag gelijk aan het in die beschikking vermelde percentage van de in dat kalenderjaar met de uit het ontwikkelingsproject voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening gerealiseerde omzet;
b. binnen vier weken na ontvangst van de beschikking tot subsidievaststelling, het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde percentage van de opbrengst verkregen door verkoop of anderszins van een nulserie, prototype, onderdelen hiervan of van andere activa die mede met de subsidie zijn gefinancierd;
c. binnen vier weken na ontvangst van de beschikking tot subsidievaststelling, het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde percentage van de waarde van de nog bruikbare activa welke mede met de subsidie zijn gefinancierd en die niet gebruikt worden voor de uit de subsidie voortvloeiende productie of dienstverlening.
2. In afwijking van het eerste lid, is de terugbetalingsverplichting niet van toepassing op de subsidie, bedoeld in artikel 13, tweede lid.
3. De subsidie-ontvanger verstrekt binnen acht weken na afloop van elk kalenderjaar aan Onze Minister een opgave van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gerealiseerde omzet.
4. De subsidie-ontvanger verstrekt indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt, jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een accountantsverklaring inzake de opgave, bedoeld in het derde lid.
a. binnen acht weken na afloop van een kalenderjaar, tot de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde datum, een bedrag gelijk aan het in die beschikking vermelde percentage van de in dat kalenderjaar met de uit het ontwikkelingsproject voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening gerealiseerde omzet;
b. binnen vier weken na ontvangst van de beschikking tot subsidievaststelling, het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde percentage van de opbrengst verkregen door verkoop of anderszins van een nulserie, prototype, onderdelen hiervan of van andere activa die mede met de subsidie zijn gefinancierd;
c. binnen vier weken na ontvangst van de beschikking tot subsidievaststelling, het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde percentage van de waarde van de nog bruikbare activa welke mede met de subsidie zijn gefinancierd en die niet gebruikt worden voor de uit de subsidie voortvloeiende productie of dienstverlening.
2. In afwijking van het eerste lid, is de terugbetalingsverplichting niet van toepassing op de subsidie, bedoeld in artikel 13, tweede lid.
3. De subsidie-ontvanger verstrekt binnen acht weken na afloop van elk kalenderjaar aan Onze Minister een opgave van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gerealiseerde omzet.
4. De subsidie-ontvanger verstrekt indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt, jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een accountantsverklaring inzake de opgave, bedoeld in het derde lid.