BWBR0012416
Geldig vanaf 2001-05-17
Artikel 4
Mandaat ABP inzake uitvoering ontslaguitkeringen
ABP is bevoegd om inzake de uitvoering van de in artikel 1genoemde regelingen namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in rechte op te treden en om namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tegen rechterlijke uitspraken ter zake hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. Indien het een zaak betreft met een kennelijk aanmerkelijk financieel of rechtspositioneel belang, oefent ABP deze bevoegdheid niet uit dan na verkregen instemming van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister die de ex-werkgever is van de wederpartij in de desbetreffende zaak. ABP is in dat geval wel bevoegd om vooruitlopend hierop zo nodig voorlopig hoger beroep of cassatie in te stellen.