BWBR0012410
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel 3
Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
1. Er zijn regionale commissies voor de toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/293" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 293, tweede lid</a>, onderscheidelijk <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/294" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">294, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
2. Een commissie bestaat uit een oneven aantal leden, waaronder in elk geval één rechtsgeleerd lid, tevens voorzitter, één arts en één deskundige inzake ethische of zingevingsvraagstukken. Van een commissie maken mede deel uit plaatsvervangende leden van elk van de in de eerste volzin genoemde categorieën.
2. Een commissie bestaat uit een oneven aantal leden, waaronder in elk geval één rechtsgeleerd lid, tevens voorzitter, één arts en één deskundige inzake ethische of zingevingsvraagstukken. Van een commissie maken mede deel uit plaatsvervangende leden van elk van de in de eerste volzin genoemde categorieën.