BWBR0012407
Geldig vanaf 2001-04-20
Artikel 2
Mandaat directeur VVM
1. De Chief Veterinary Officer en de plaatsvervangend Chief Veterinary Officer zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de registratie van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, alsmede schorsingen en doorhalingen ingevolge de artikelen 10 en 11 van de Diergeneesmiddelenwet;
b. de beslissing ter zake van uitverkoop- en opgebruik termijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Algemene uitverkoop- en opgebruikregeling diergeneesmiddelen;
c. de vergunning voor het bereiden, verpakken etiketteren of afleveren van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet;
d. de ontheffing, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 44 van de Veewet;
f. de aanwijzing, bedoeld in artikel 29 van de Diergeneesmiddelenwet;
g. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend.
2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE CHIEF VETERINARY OFFICER,'
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLV. CHIEF VETERINARY OFFICER,'.
a. de registratie van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, alsmede schorsingen en doorhalingen ingevolge de artikelen 10 en 11 van de Diergeneesmiddelenwet;
b. de beslissing ter zake van uitverkoop- en opgebruik termijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Algemene uitverkoop- en opgebruikregeling diergeneesmiddelen;
c. de vergunning voor het bereiden, verpakken etiketteren of afleveren van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet;
d. de ontheffing, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 44 van de Veewet;
f. de aanwijzing, bedoeld in artikel 29 van de Diergeneesmiddelenwet;
g. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend.
2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE CHIEF VETERINARY OFFICER,'
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLV. CHIEF VETERINARY OFFICER,'.