BWBR0012371
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 6
Tijdelijke Stimuleringsregeling CWI
1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter vergoeding van de kosten, gemaakt in het kader van het tot stand brengen en in stand houden van een SWI-centrum als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Stimuleringsregeling SWI, in een gemeente die niet is een plaats van vestiging van een CWI, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Tijdelijk besluit samenwerking CWI.
2. De subsidie wordt aangevraagd door en verstrekt aan de rechtspersoon, die met betrekking tot dat SWI-centrum subsidie krachtens de Stimuleringsregeling SWIheeft aangevraagd, tenzij de betrokken samenwerkende partijen daartoe een andere rechtspersoon hebben aangewezen.
3. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 30 juni 2001.
4. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd een door de samenwerkende partijen ondertekend document, waaruit een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid blijkt, alsmede het verslag, bedoeld in artikel 5 van de Stimuleringsregeling SWI.
5. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven. De Algemene Regeling SZW-subsidiesis op subsidiëring krachtens dit artikel niet van toepassing.
6. Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. De subsidie bedraagt 100% van de kosten als bedoeld in het eerste lid, na aftrek van
a. de subsidie, verstrekt ingevolge de Stimuleringsregeling SWI,
b. gemaakte kosten, die in redelijkheid niet noodzakelijk waren voor de vorming van het SWI-centrum en
c. de kosten, gemoeid met activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden benut voor de totstandkoming van een CWI in de betrokken regio, dan wel in het kader van een ander onderdeel van de taakuitoefening van de samenwerkende partij die die kosten heeft gemaakt.
2. De subsidie wordt aangevraagd door en verstrekt aan de rechtspersoon, die met betrekking tot dat SWI-centrum subsidie krachtens de Stimuleringsregeling SWIheeft aangevraagd, tenzij de betrokken samenwerkende partijen daartoe een andere rechtspersoon hebben aangewezen.
3. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 30 juni 2001.
4. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd een door de samenwerkende partijen ondertekend document, waaruit een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid blijkt, alsmede het verslag, bedoeld in artikel 5 van de Stimuleringsregeling SWI.
5. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven. De Algemene Regeling SZW-subsidiesis op subsidiëring krachtens dit artikel niet van toepassing.
6. Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. De subsidie bedraagt 100% van de kosten als bedoeld in het eerste lid, na aftrek van
a. de subsidie, verstrekt ingevolge de Stimuleringsregeling SWI,
b. gemaakte kosten, die in redelijkheid niet noodzakelijk waren voor de vorming van het SWI-centrum en
c. de kosten, gemoeid met activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden benut voor de totstandkoming van een CWI in de betrokken regio, dan wel in het kader van een ander onderdeel van de taakuitoefening van de samenwerkende partij die die kosten heeft gemaakt.