BWBR0012355
Geldig vanaf 2001-04-13
Artikel 2
Besluit instelling Commissie milieuhygiëne luchtvaartterrein Midden-Zeeland
1. In de Commissie hebben zitting:
a. één vertegenwoordiger van de provincie Zeeland;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Goes, twee vertegenwoordigers van de gemeente Middelburg en twee vertegenwoordigers van de gemeente Noord-Beveland, waarvan per gemeente ten minste één als vertegenwoordiger van in die gemeente woonachtige omwonenden van het luchtvaartterrein Midden-Zeeland kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Midden-Zeeland;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Midden-Zeeland landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van de Rijksluchtvaartdienst.
2. De entiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met h, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst een voorzitter aan.
a. één vertegenwoordiger van de provincie Zeeland;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Goes, twee vertegenwoordigers van de gemeente Middelburg en twee vertegenwoordigers van de gemeente Noord-Beveland, waarvan per gemeente ten minste één als vertegenwoordiger van in die gemeente woonachtige omwonenden van het luchtvaartterrein Midden-Zeeland kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Midden-Zeeland;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Midden-Zeeland landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van de Rijksluchtvaartdienst.
2. De entiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met h, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst een voorzitter aan.