1. Gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen die ingevolge
artikel 25c van de wet, dan wel ingevolge
artikel II van de Wet van 25 januari 2001, houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen)zijn toegelaten, onderscheidenlijk van rechtswege zijn toegelaten, voeren een administratie met betrekking tot de door hen in voorraad of voor handen gehouden, ontvangen, gebruikte of aan anderen ter beschikking gestelde hoeveelheden van dergelijke gewasbeschermingsmiddelen.
2. Uit de administratie, bedoeld in het eerste lid, blijkt tot 1 januari 2003 per gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in het eerste lid tenminste:
a. de naam, zoals die op de verpakking is vermeld, en het toelatingsnummer;
b. de voorraad of de voor handen gehouden hoeveelheid op 1 januari, met dien verstande dat voor het jaar 2001 de voorraad of de voor handen gehouden hoeveelheid op 1 mei 2001 wordt bijgehouden;
c. de van leveranciers ontvangen hoeveelheid per transactie, met vermelding van de datum waarop de transactie heeft plaatsgevonden;
d. de gebruikte hoeveelheid per dag waarop het gebruik heeft plaatsgevonden, en per geteelde gewassoort of groep van gewassen waarvoor de hoeveelheid is gebruikt, met vermelding van de datum van de dag van dat gebruik en de oppervlakte per geteelde gewassoort;
e. de hoeveelheid die aan anderen ter beschikking is gesteld per keer waarop dat heeft plaatsgevonden, met vermelding van de datum van de dag waarop dat heeft plaatsgevonden;
f. per transactie de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier van het gewasbeschermingsmiddel;
g. de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie gewasbeschermingsmiddelen ter beschikking zijn gesteld als bedoeld in onderdeel e;
h. indien het een gewasbeschermingsmiddel betreft dat slechts is toegelaten onder voorwaarde van afgifte van een recept, een afschrift van het voor dat middel afgegeven recept.
3. Uit de administratie, bedoeld in het eerste lid, blijkt met ingang van 1 januari 2003 per gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in het eerste lid tenminste:
a. de naam, zoals die op de verpakking is vermeld, en het toelatingsnummer;
b. de voorraad of de voor handen gehouden hoeveelheid op 1 januari;
c. de van leveranciers ontvangen hoeveelheid per aflevering, met vermelding van de datum waarop de aflevering heeft plaatsgevonden;
d. de gebruikte hoeveelheid per dag waarop het gebruik heeft plaatsgevonden, en per geteelde gewassoort of groep van gewassen waarvoor de hoeveelheid is gebruikt, met vermelding van de datum van de dag van dat gebruik en de oppervlakte per geteelde gewassoort;
e. de hoeveelheid die aan anderen ter beschikking is gesteld per keer waarop dat heeft plaatsgevonden, met vermelding van de datum van de dag waarop dat heeft plaatsgevonden;
f. per levering de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier van het gewasbeschermingsmiddel de levering, bedoeld in onderdeel c;
g. de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie gewasbeschermingsmiddelen ter beschikking zijn gesteld als bedoeld in onderdeel e;
h. indien het een gewasbeschermingsmiddel betreft dat slechts is toegelaten onder voorwaarde van afgifte van een recept, een afschrift van het voor dat middel afgegeven recept.
4. De in het tweede, onderscheidenlijk derde lid bedoelde gegevens, met uitzondering van de in het tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk derde lid, onderdeel b, bedoelde gegevens, worden in het register, bedoeld in artikel 2, opgenomen binnen 3 dagen nadat de transactie met betrekking tot het gewasbeschermingsmiddel heeft plaatsgevonden, onderscheidenlijk nadat het gewasbeschermingsmiddel is geleverd of afgeleverd.
5. Het in het tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk derde lid, onderdeel b, bedoelde gegeven wordt binnen één maand na de in dat onderdeel bedoelde datum in het register, bedoeld in artikel 2, opgenomen.